Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Anonieme getallen

Schrijf ik niet duidelijk? Is het onbegrijpelijk? Schop ik tegen heilige huisjes? Voldoet mijn schrift niet aan de hedendaagse schoonheidsmoraal, de regeltjes die nageaapt moeten worden? Gebruik ik teveel bijvoeglijke naamwoorden of puilt mijn taalgebruik uit van saaie nietszeggende en zelfs overbodige toevoegingen?

De Tachtigers, onder aanvoering van Willem Kloos, zetten zich af van de gevestigde orde. Dat deden ze door ferm stelling te nemen en een eigen poëtica te formuleren. Er werd een eigen tijdschrift opgericht en in korte tijd was hun stem te horen. Ze riepen: “Weg met de domineespoëzie, de taal moet kolken van gevoel en iets zeggen.” Althans, hier kwam het op neer, want dit is mijn interpretatie ervan.
Op de Tachtigers volgde het naturalisme. En daarna het symbolisme met “hoog verheven” trekjes. Steeds het vierendelen van taalexpressie tussen de uitersten van gegronde benen en zwevende luchtgezichten. Zie ook de Vijftigers en de erfgenamen van de Vijftigers van vandaag, die reageerden op voorgaande “fouten” en “achterhaalde idealen”.

Een tastbaar versje schrijven, over een kopje koffie op de tafel of een zielig roersel van het onbegrepen gemoed, dat is niet het grootste probleem. Maar om het kopje koffie een avontuur te laten beleven in het mistige spel van een onbevattelijk leven, dat is van een andere orde. De innerlijke roerselen ontleden en afpellen, desnoods splijten in een explosieve uitleg van verdeelde paradoxen en niet rijmende werkelijkheid, dat is de wakker schuddende taak en moeilijke opdracht van de taaldans.
Ontwikkelde idealen raakten in onmin en werden inferieur aan vernieuwingsdrang. Als taal maar gonst van de plastische vondsten, dan juichen de critici. Of het ergens over moet gaan? “Nee toch, taal is taal en hoeft niet naar iets anders te verwijzen.” Zo maakte Gerrit Kouwenaar “het gezeik met ideetjes” in de poëzie verdacht.

Dit is mijn schrijfsel. Ik kan niet anders schrijven. Ik heb niets te verliezen, want ik heb geen achterban, geen schoonheidsideaal en geen opgebouwd perspectief. Vernieuwing is volgens mij ondergeschikt aan het gebruik van taal als zoekmachine. De angst om paradoxale en dubbelzinnige formuleringen te gebruiken, moet overwonnen worden, want deze inherente fenomenen zeggen iets over taal in plaats over het verwoordende intellect. Het is al moeilijk genoeg om de juiste toon te treffen in een door idealen en meningen verscheurd kennersveld. Immers, elke groep houdt zijn eigen bal hoog.
Maar om taal te begrijpen, zeker bij het gebruik van subjectieve symbolen, is meer nodig dan een scrollbar en een muisklik op een scherm. Een cijfermatig oordeel zegt minder dan niets.
Daarom wil ik oproepen tot meer woorden en minder cijfers op nederlands.nl. Deel de gevoelens, de ontroering en de irritaties, laat zien wat je begrepen hebt, want daarin kunnen geen fouten gemaakt worden. Deel je indruk van het schrijfsel in een paar woorden in plaats van een anoniem getal. Je zult zien: woorden delen is mooier dan cijfers genereren!

Schrijver: Willem Houtgraaf, 1 apr. 2005


Geplaatst in de categorie: internet

3,1 met 9 stemmen 2.291



Er zijn 8 reacties op deze inzending:

Naam:
Jerry Panday
Datum:
4 apr. 2005
Email:
jerrypandayhotmail.com
Naam:
Willem Houtgraaf
Datum:
3 apr. 2005
Email:
whoutgraafhotmail.com
Mijn mening over subjectiviteit en objectiviteit is te lezen in andere stukjes, vrijwel alle stukjes raken deze kwestie aan.
Over smaak en kwaliteit is al veel gezegd. Wat mij bezig houdt is de dichotomie binnen kunst en literatuur. Maria Sofia Laurense heeft een proefschrift geschreven getiteld: “LITERAIRE INTOLERANTIE”. Daarin wordt onder andere een historische context geschetst hoe de tweedeling tussen kwaliteitsliteratuur en massaproductie tot stand is gekomen. Uit die schets blijkt dat regelmatig pogingen ondernomen zijn om “de betere literatuur” voor iedereen toegankelijk te maken. Het medium Internet [nu], zou daar uitermate geschikt voor zijn.
Op Nederlands.nl zijn allerlei tabbladen beschikbaar, er is plaats voor filosofie en er is plaats voor erotiek, voor drank, koningshuis en moraal. In welk opzicht zou deze site niet geschikt zijn voor welke aard van stukjes dan ook?
Naam:
Jerry Panday
Datum:
2 apr. 2005
Email:
jerrypandayhotmail.com
Ik herken meer in het betoog hieronder dan in het betoog hierboven. Het betoog hieronder is duidelijker en (naar mijn bescheiden mening) iets beter geschreven.
Dat het niet de beste stukken zouden zijn die hogere cijfers krijgen, is weer een subjectieve stellingname en geen objectieve (ligt hier het gevoel te worden miskend aan ten grondslag?). Sommige artikelen worden wel degelijk terecht hoog becijferd, vind ik. Het kan heel goed zijn dat dat geen schrijvers zijn die jou na aan het hart liggen, maar dat doet in dit verband niet ter zake. En wellicht - heb je daar al eens aan gedacht? - is deze site niet het meest geschikte platform voor jouw teksten. Die conclusie zou je ook kunnen trekken. Ga voor een tijdschrift schrijven, voor een genootschap, een krant, ik noem maar iets. Misschien worden je teksten dan beter begrepen! Bereik je dan eerder de door jou gewenste vorm van communicatie. Je bent dan ook meteen van die ellendige cijfers verlost. Het is maar een tip (niet verkeerd opvatten svp).
Naam:
Willem Houtgraaf
Datum:
2 apr. 2005
Email:
whoutgraafhotmail.com
Zeker wetende recensenten, zijn inderdaad onbescheiden ‘schrijvers’, maar echte schrijvers kunnen er ook wat van: ze produceren manifesten, zoeken medestanders, richten tijdschriftjes op… Allemaal ter meerdere glorie om gehoord te worden.
De kwaliteit van reacties is een graadmeter, waarmee de lezer iets van zich laat zien. Maar de lezer kan reageren op talrijke manieren. Hij kan er voor kiezen om een detail eruit te lichten, hij kan een heel epistel schrijven, maar een reactie laat in elk geval zien wat een stukje teweeg heeft gebracht bij de lezer. Cijfers doen dat niet, laat het cijferen over aan de leraren die toetsen afnemen. De wisselwerking tussen lezers en schrijvers moet toch wel leiden tot groei van het begrip en de waardering.
Begrip van een stukje zal slechts zelden ten volle tot stand komen. Daar ben ik erg nuchter in geworden. Maar wat er begrepen is, dat is best interessant om te weten. Juist dan kan een schrijver zijn eigen prestatie relativeren en verbeteren. Juist dan ziet hij waar de formuleringen geleid hebben tot een mislukte overdracht. Schrijvers schijven zelden alleen, ze hebben vaak een paar bekenden om zich heen die zinvolle kritieken geven, zodat het eindproduct in kwaliteit gestegen is.
Hardop twijfelen. Is dat een must? Een felle discussie getuigt immers al van twijfel en onzekerheid, omdat het niet meer is dan het eigen terrein verdedigen dat de twisthanen ten toon spreiden. En de zekerheid uitstralende teksten, is dat niet een gevolg van stijltrucjes en eindeloze zinmanipulatie? Stijl, ik ben geneigd dat te definiëren als die tekst zoals die bij zijn conceptie op het scherm of het papier verschijnt. Daarna kunnen de trucjes en de edele leerstellingen erop losgelaten worden. Misschien leer je de schrijver wel het best kennen in zijn reacties, net zoals de lezer.
Als kanttekening wil ik nog zeggen dat het mij teleurstelt dat taal, reacties, kritiek en analyses, zo vaak persoonlijk opgevat wordt. Ik maak mij er ook schuldig aan, maar dat maakt het des te belangrijker om het reageren niet te schuwen en de reacties te verwelkomen. Dat maakt het schrijven en lezen juist tot een boeiend groeiproces.

Wat die lage cijfers voor Houtgraaf ‘s stukjes betreft: ik ben een jaar geleden begonnen met het plaatsen van gedichten en stukjes op Internet sites. Dat het tegen valt kan ik niet ontkennen, maar de openingsvragen van dit stukje kan ik nog steeds niet beantwoorden. Als iemand meent een vier te moeten geven, denk ik dat daar een stellige mening en een goed inzicht aan ten grondslag ligt. Hetzelfde geldt voor een acht of een negen. Lof en prijs, nee, dat hoeft niet, maar ietwat inhoudelijk commentaar zou er toch wel bij kunnen!
Overigens, om nog een relativering van cijfertjes aan te brengen, volgens mij zijn het lang niet de beste stukjes die hoge waarderingen krijgen. En andersom komt ook voor.
Naam:
anna
Datum:
2 apr. 2005
Email:
mulderachome.nl
Willem,

"Deel de ontroering, deel de irritaties, laat zien wat je begrepen hebt."
Een goed inititiatief , vind ik dat, evenals de verwijzing naar Gerrit Kouwenaar:-)

Ik lees overigens; in deze Maand van de filosofie, net een interview met Martha Nussbaum over de onmisbaarheid van gevoel in het openbare leven ( Ook in VN staat een mooi interview)en dat sluit aan bij jouw oproep.
Naam:
Outsider
Datum:
2 apr. 2005
Email:
Ik zou het wel jammer vinden, Jerry Panday, als de reacties op de stukken zouden verdwijnen. Ik vind de reacties vaak nog interessanter dan de gedichten en het proza zelf.
Ook jouw reacties op sommige van mijn stukjes heb ik zeer op prijs gesteld.
Naam:
Jerry Panday
Datum:
2 apr. 2005
Email:
jerrypandayhotmail.com
Natuurlijk zijn die cijfers soms onzin, maar veel schriftelijke reacties zijn dat óók en getuigen evenmin van veel begrip. Mijn eigen reacties of die van Houtgraaf zullen daarop geen uitzondering vormen.
Net als in het 'echte' leven bestaat ook het schriftelijk verkeer uit veel misverstanden en (wederzijds) onbegrip. Cijfers en niet ter zake doend commentaar (zoals wellicht het mijne?) kunnen dat tot uitdrukking brengen.
Hoewel ik regelmatig op teksten reageer, zou ik het niet erg vinden wanneer zowel de schriftelijke reacties als de cijfers (Houtgraaf scoort doorgaans overigens niet bijster hoog: is dat zijn motivatie voor het schrijven van dit artikel?) voorgoed van de site zouden verdwijnen. Eindelijk de tekst in z'n pure vorm: zonder heisa, opsmuk en gekibbel.
Als ik een boek lees heb ik óók geen behoefte aan allerlei commentaar. Ik betrap mezelf er de laatste tijd wel eens op dat ik boekrecensies in de krant vervelend vind: zuur, naar en vervelend, om niet te zeggen slaapverwekkend. Vaak wordt de schijn van objectiviteit gewekt en wordt er te weinig hardop getwijfeld. De recensent weet het allemaal wel; hij is zeker van zijn zaak. En of het nu om schrijvers, recensenten of om bekenden gaat: zulke types kan ik niet uitstaan. Want ze doen alsof. Er is toch bijna niets waar we zeker van kunnen zijn? Doodgaan misschien, en zelfs dat niet eens (is er tóch leven na de dood?).
Maar los daarvan: een groot stilist is een groot stilist. Becijfer hem, beschimp hem, huldig hem - het zal niets uitmaken. Zo iemand zit ook niet op de lof van anderen te wachten. Cijfers zullen hem koud laten. Hij zal de klassieken lezen om zijn eigen stijl bij te schaven. Hij zal stil zijn; kalm, bescheiden, waardig, wijs. Toch kent ook hij de angst; hij kent die zelfs zeer goed!Een artikel als 'Anonieme getallen' zal nooit door hem geschreven worden.
De site is klein, ons taalgebied is klein, ons land, ons volk, onze trots, ons miserabele ego: allemaal klein. Wíj zijn klein. "In één ding kunnen we ons niet vergissen," schreef Joseph Brodski: "namelijk in onze volmaakte onbeduidendheid." Dat is dan tenminste één zekerheid!
Naam:
Outsider
Datum:
1 apr. 2005
Email:
Hier ben ik het helemaal mee eens. Ik heb op deze site een stuk of 70 stukjes staan en over het algemeen krijg ik maar heel weinig reacties, wat ik jammer vind. Het is dan net of het niemand interesseert.
Ook krijg ik geregeld slechte cijfers, maar de redenen krijg ik niet te horen.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)