Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Vliegeren

Een strandje aan het Gooimeer. Jonge knapen in gelikte uitrusting laten zich door een vlieger omhoog trekken. Misselijkmakend hoog. Gezekerd door een lijn die door enkele vrienden in bedwang wordt gehouden. Gevaarlijk. Gewoon een vliegertje oplaten is niet spannend genoeg.

Ach zoete herinnering. Twee weken sparen samen met mijn broertje, zodat we konden kopen wat we nodig hadden: bamboestok, vliegerpapier, vliegertouw.
Vooral met de bamboestok luisterde het nauw.
Echt alle stokken in de winkel werden door mijn broertje nauwkeurig bekeken. Behalve dat ze lang genoeg moesten zijn, was vooral de dikte van belang en het aantal knokkels die bij het overlangs doormidden splijten je hele stok konden ruïneren. De stok moest ook zo recht mogelijk zijn en niet taps toelopen. Helemaal volmaakt leek onze aankoop nooit. We wisten al van tevoren: als onze vlieger niet doet wat de bedoeling is, komt het absoluut door die waardeloze stok.
De kleur van het vliegerpapier boeide mijn broertje iets minder. Het liefst wilde ik meerdere kleuren aan onze vlieger. Ik wilde er figuurtjes op. Maar broerlief was ervan overtuigd dat het de vlieger zou verpesten. Hoe meer plaksel, hoe meer kans dat het ding de lucht niet inging.
We kochten een stokje met in visgraat gedraaid touw. Het zat er prachtig op. Maar stel dat het uiteinde niet aan de stok vastzat! Dat was pas misselijkmakend. En stel dat het wel veel touw leek, maar dat het in werkelijkheid maar een kippenstukje was. Dat je vlieger maar net boven het eerste de beste dak uitkwam. We besloten dat we minstens twee klossen moesten hebben. En bakkeleiden erover of we, vóórdat we de vlieger op zouden laten, de einden met elkaar zouden verbinden of pas tijdens het vliegeren als we merkten dat het eind van de eerste rol in zicht was. Dat idee bezorgde me een akelig gevoel in mijn buik.
Bij thuiskomst legden we alle aankopen op tafel. Moeder maakte plaksel. We protesteerden toen we merkten dat moeder er aardappelmeel aangelengd met water voor wilde gebruiken. Ook met de staart waren we niet zonder meer tevreden. Moest-ie van papier of van stof? Moeder zei dat er strikken in moesten, maar die hadden we bij onze buurjongen nooit gezien. Die kon geweldig goed vliegeren. Om eerlijk te zijn, was het absoluut de bedoeling om zijn vlieger te overtreffen, maar dat zeiden we niet hardop.
Met de tong tussen zijn tanden, en mijn adem ingehouden, spleet mijn broertje met een scherp mesje de bamboelat van boven naar beneden in twee keurige helften. Het begin was er.
Het kruisen van de latjes deed mijn broertje voornamelijk op het gevoel. Natuurlijk zal er een berekening voor zijn: eenderde, tweederde of zoiets, maar daar deed hij niet aan. Daarna moesten de latjes met een touwtje aan elkaar bevestigd worden. Wél maten we met een touwtje na of de lat aan beide kanten eveveel uitstak. Daarna werden alle vier de hoeken zorgvuldig met een touwtje verbonden. Het frame was klaar.
We overlegden omstandig of het verstandiger was eerst de toom te maken, of eerst het papier op te plakken. Als het papier er al op zat, kon je er bij ht bevestigen van de toom doorheen prikken. Maar deed je het andersom dan was het evenwicht weer moeilijker te bepalen. We kozen toch voor het laatste, bevestigden de touwtjes alvast aan het kruis en de hoeken, maar zorgden ervoor dat er speling bleef. Later konden we het geheel dan nog aanpassen.
Het knippen van het papier was een verhaal op zich. Het papier moest precies groot genoeg zijn. De plakranden moesten allemaal even breed worden. Rimpels en plooien bij de hoekpunten konden een ramp veroorzaken. Moeder, die veel kleren naaide, deed dit voor ons, ze had meer ervaring. Maar dat wil niet zeggen, dat we niet met argusogen toekeken. Twee weken zakgeld was geen kattenpis!
Uiteindelijk was de vlieger klaar. Hij zag er schitterend uit! Aan één vinger hield mijn broertje hem aan de toom omhoog. Het staartdeel moest iets lager hangen, had hij gehoord. Logisch, want het stokje was daar langer, dus zwaarder.
Nu de staart nog. Moeder ruïneerde een oud laken. Oei, een heel laken kapotgescheurd, ik had er toch wat moeite mee. En volgens mij had Jan, de buurjongen een staart van papier, maar ik durfde niks te zeggen. Toen het vliegertouw eraan. De tweede rol touw nam mijn broer mee naar buiten,
"Moet het niet eerst aan die andere klos vastgemaakt?" Maar mijn broer's geduld was op. De vlieger moest de lucht in.
Maar ja, welke vlieger gaat wél op bij windstilte? Die van ons moest dat vast en zeker. Eerst maar eens stuk van die stomme staart af. En daarna nog een stukje. De vlieger zag er nu wél een beetje raar uit, zo'n klein staartje had ik nog nooit gezien!. "Die rotstok is natuurlijk toch scheef, en die toom klopt ook helemaal niet", jammerde mijn broer.
Ja hoor en daar kwam natuurlijk Jan van de buren ook nog naar buiten. Maar die verkneukelde zich helemaal niet. "Laat mij eens kijken". Met kennersogen legde hij een nieuwe toom aan en bond een echte staart aan.
De wind was inmiddels aangetrokken en zowaar daar ging onze vlieger de lucht in. Jan liet het touw soepel door zijn vingers glijden. Het was prachtig. "Hier", hij legde de klos in de handen van mijn broer. "Kijk eens, hoe hoog-ie gaat!". Ineens begon de vlieger te duikelen. Met een grote zwiep dook hij naar rechts, precies in de bonenstaken van BB, boze buurman. Mijn angst was uitgekomen. Grote droefenis.
Onze latere vliegers waren beter, maar nooit zo mooi als die van Jan die het eens presteerde om zijn vlieger tijdens etenstijd aan de schoorsteen te binden. Ook liet hij eens 's avonds een vlieger op met een lampion aan de staart. Prachtig!
Toch was vliegeren ook toen niet helemaal ongevaarlijk. Mijn broer loopt al veertig jaar met een gigantisch litteken in zijn hals. Bijna onthoofd door een vliegertouw!

Schrijver: Rina van Dijk, 30 mei. 2005


Geplaatst in de categorie: hobby

2,8 met 9 stemmen 1.692



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)