Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Heterdaad

Het zou op een echtscheiding uitdraaien. Zoveel was zeker.
Verenigd sleepten wij ons naar de rechtbank om onze trouwe belofte te verbreken.
De rechter hield de hamer in een strakke greep.

Ik herinner me nog scherp dat stuntelig moment voor het altaar. De ring knelde, de zenuwen waren meester over onze stem. Het wankele geluk was aan onze kant. De priester vroeg niet meer dan een ‘ja, dat beloof ik’.

Nu is onze band niet meer dan een kadaver, een dode vogel in een schoendoos die we samen naar de waterput droegen. Het plaatje klopt.
De dag dat jij een punt zette achter onze zin, een gestamelde zin die ik vandaag begon met…Laten we er…
Wel, die dag vond ik een dode kraai onder onze treurbeuk. Je wikkelde hem in watten met een verbeten snik. De lege schoendoos was zijn kist.

We twistten even over het ritueel. Jij wou een plechtige begrafenis, met onze kinderen als een verward koor op de achtergrond. Ik verkoos de brandstapel, een rookpluim, de smeulende as. We vonden een tussenweg, die leidde naar de waterput. Je lichtte het deksel.

Ik nam hem bij de punten zijn vleugelveren. Hij viel in de donkere koker en we wachtten op de plons. Het was eerder een geritsel, zo vederlicht en broos was die kraai dat hij nauwelijks het water deed opspatten. We konden hem enkel raden in de diepte, de bodem was een zwart, zuigend gat. Je kon het niet langer laten, een traan brandde in een ooghoek en rolde langs een neusvleugel naar de mondhoek, waar je hem oplikte. Zout. Het schokte door mijn schouders maar achteraf was er ruimte voor de glimlach. We omhelsden elkaar. De kinderen waren gevlucht in de sparren.

We staan nu samen voor de rechter die door een bundel ritselt, met de bril laag op zijn neus.
Jij wordt het beu, je blaast en sleurt me mee naar buiten. We duiken de eerste kroeg binnen. Er speelt een neger trompet met lange, gebroken noten. Het zindert door het middenrif.
Ik word terug die melige minnaar, zo’n stroperige prins met een anjer in het knoopsgat.
Het is een man die ik meestal vervloek maar nu niet, nu prijs ik hem omdat hij in staat is tot verzoening. We praten over de verbazing van de rechter. Onze blikken kruisen en in dat snijpunt gloeit er iets op. Ik zie aan de rand van jouw iris een grijze vlek. Het lijkt alsof ik het voor het eerst zie. “Wie is deze bange vrouw die hier tegenover me zit te glunderen?” vraag ik me af.

Voor ik het besef schuif ik naast jou op de bank en verdwaalt mijn hand langs jouw dijen.
Jouw gelakte nagels glijden naar de bovenste knoop. We zitten in een schemerige hoek, we wagen ons verder in een verhitte vlaag. Je drukt me steil achterover en dwingt me giechelend, frunnikend aan mijn rits. Een kelner kijkt op ons neer. Hij hoest en graait door de munten in zijn schort. Mag ik jullie vragen onze zaak te verlaten? U stoort onze gasten.
Er was één andere gast, een dokwerker op een kruk.

We holden naar huis. Ons bed was niet groot genoeg, een drijvend vlot. Jij wikkelde de zwarte sluier van jouw heup en liet hem op de vloer glijden naast de hak van jouw gekantelde laars. Er steeg een wolk van zuchten tot we door onze kinderen op heterdaad werden betrapt.

Schrijver: Wim Veen, 5 sep. 2005


Geplaatst in de categorie: huwelijk

1,8 met 9 stemmen 1.782



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)