Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 2319):

Walter Hunt

Het zal je overkomen op een winderige dag vroeg of laat, dat je hoed, je pet of je toupetje door de wind van je hoofd wordt weggerukt. Bij mij is het alleszins gebeurd toen ik – en dat is vele, vele jaren geleden al –, samen met mij twee kleine kinderen langs de kade van een laagliggende rivier aan het wandelen was. Mijn regenhoedje, weggerukt van mijn hoofd, viel op zijn kop het water in en hoera de wind dreef het onze kant op. Helaas, het water lag te diep.

In een ijzerwarenzaak, gelukkig dichtbij, kocht ik een rol gegalvaniseerde ijzerdraad (die bestaat trouwens nog). Met ons drieën schatten we ongeveer de afstand tot de hoed in, vervolgens deed ik een stevige haak aan het uiteinde en zie, in minder dan geen tijd, was het hoofddeksel terug op het droge. Trots keken de kinderen naar hun vader op. Even met de zakdoek het water een weinig afgedopt en “ni vu, ni connu” en het hoedje terug op de krullen gezet.

Zeg nu niet dat dit mij alleen is te beurt gevallen. Wie heeft er nu niet b.v. destijds tijdens de kermis geen kledingstuk onder het karkas van een autoscooter zien verdwijnen?

Wie heeft er nooit een paraplu vergeten op de bus, tram of trein? (Op de dienst “verloren voorwerpen” is er ooit een volledig gebit binnengebracht, zelfs een rolwagen.)
Wie kreeg nooit spatten op zich van een voorbijrijdend voertuig?
En weet je nog, niet zo heel lang geleden kwam een groot gezin in het nieuws toen bleek dat, na een oponthoud langs de autoweg, de familie, eenmaal vertrokken, pas nà ettelijke kilometers vaststelde dat de kleine X er niet meer bij was. Teruggekeerd zat de bengel netjes te wachten op zijn ouders. Het zal wel een vrolijk weerzien zijn geweest, niet? Gelukkig!

Ben jij nog nooit gestruikeld over een kleine oneffenheid? Herinner je nog de diverse programma’s op tv (home video’s) waarin onfortuinlijke individuen worden getoond waarbij het een en het ander misging tot grote hilariteit van de kijkers?
De “stomme” toevalligheden van zulke onhebbelijkheden zijn niet te tellen. Altijd komen er nieuwe bij. De wet van Murphy kan hier model voor staan. Je kunt het maar niet bedenken of het is nog waar ook.

Zo herinner ik me een voorval waarvan ik toevallig getuige ben geweest. Veel omstaanders zullen het niet eens opgemerkt hebben tijdens die maandagmarkt te K. en dit door de koelbloedigheid van de dame in kwestie die haar witte heupondergoed plots op de enkels voelde vallen. Ik stond er een paar passen vanaf en zag plots het warme witte ondergoed haar op de schoenen glijden. Ze zal het wel hebben voelen aankomen want in een fractie van een seconde lichtte ze de linker- nadien de rechtervoet op waarbij ze telkens ze een stapje opzij zette. Flik-flak. Flik-flak. Fluks raapte ze het “kleinood” op en moffelde het stiekem weg terwijl de koele wind haar wel onder de rok zal hebben verrast. Met een uitgestreken gezicht bemonsterde ze verder de uitgestalde waren van het marktkraam. Een glimlach kwam me ongewild op de wangen. Hein, hein! Dat was vlug gegaan zeg… en discreet.

Dit “incident” haal ik terloops aan doordat ikzelf er ooit door getroffen ben geweest. Ik bevond me ergens in een gelegenheid. De haak die mijn broeksband verbond, knapte opeens af en, daar ik geen broeksriem droeg, viel mijn broek naar beneden. Oh, oh. Mis! Met een vlugge houdgreep (een pseudo Gella Vandecaveyegreep) had ze niet de kans lager dan één centimeter te zakken. Niemand uit mijn omgeving bleek een koord bij te hebben maar driewerf hoera voor de dame die me een “toespeld ” (veiligheidsspeld) kon bezorgen. Met wat geklungel (mannen hé!) kreeg ik mijn broek vastgepind aan mijn windjak. De dame ben ik nog altijd erkentelijk.

Wie die man was welke dàt kleine maar praktische ding had op de wereld gezet, hield me bezig. Internet bracht me bij een zekere Walter Hunt (1796 – 1860) die nog een schuld van 15 dollar uitstaan had en voor die schuldenaar moest hij maar wat “maken”. Met een stuk draad ging Hunt aan het plooien en uiteindelijk (na drie uur) kwam hij ertoe de safety-pin te creëren. Op 10 april 1849 liet hij het patent registreren die hij later aan zijn boeman verkocht voor vierhonderd dollar omdat hij vond dat het niet een echte uitvinding was.

Maar toch kent dit handige bevestigingsmiddel een lange geschiedenis. Rond 1.100 voor Christus werd een kledingsluiting, de fibula, uitgevonden door een groep mensen die de Frygiërs heetten. Deze werd door de oude Grieken en Romeinen gedragen, vaak in een versierde uitvoering. Rond 250 voor Christus was er een speld gangbaar die lijkt op de speld die Hunt 2.000 jaar later heruitvond.

Dat ik dat allemaal nu weet (en u dus ook nu) is te danken aan mijn broeksband die het op een mooie dag begaf. Zo leer je alle dagen iets bij. Wie zei er ook weer “levenslang leren”?

Een goede raad: steek steeds een veiligheidsspeld (een Vlaamse toespelle) op zak. Het kan je onaangename verrassingen besparen, wie weet.


Zie ook: http://users.poink.be/Cursiefjes

Schrijver: Jan Coessens, 10 feb. 2007
10 feb. 2007


Geplaatst in de categorie: overig

1,2 met 4 stemmen 766



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)