Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Recensent

"Ik ben gereformeerd en oordeel alleen op christelijke grondslag, maar als ik die recensent van jullie voor de wielen krijg, dan rijd ik hem dood." De man had zich, heel direct samen met zijn echtgenote extreem geërgerd, en, zoals hij clichématig beweerde "velen met mij" waren hartgrondig dezelfde menng toegedaan. Je kon toch niet zomaar iets zo negatiefs over grootheden uit het muziekleven schrijven, en zeker niet als ze met Wenen werden geassocieerd. En wat had die recensent gedaan: in een paar zinnen had hij de mannelijke zangsolist met een decennialange, internationale carrière en omjubeld door hele volksstammen, een sneer gegeven. De recensent vond dat de man al wel sedert tien jaar volkomen was uitgezongen en alleen nog met een geforceerd falsetje wat klanken kon produceren, en meende het derhalve overbodig daar nog verder iets over te melden. En ook de dirigent, die voor de gelegenheid zijn vermomming als 'Stehgeiger' maar weer eens uit de kast had gehaald — per definitie een vaste garantie voor succes; het oog wil immers ook wat — en af en toe zich ook had omgedraaid naar het orkest en wat op de snaren had gekrast, had het in de recensie moeten ontgelden. De glimlach en een als joyeus bedoelde reeks gebaren naar de zaal moesten het onvermogen verhullen, en die truc werkte, zoals deze man wist, doordat hij het veelvuldig op 1 jauari rond het middaguur had kunnen vaststellen. Ach, wie merkt dan ook iets? Menigeen is nog in de olie vanwege de daarbij behorende bollen en flappen van de avond daaraan voorafgaande, of door het geestdodende vocht, dat brutaalweg als geestrijk wordt aangekondigd, dan wel door de combinatie van die natjes en droogjes.

Een bijdrage van normale lengte had de recensent, geheel tegen het gebruik en de verwachting in, niet kunnen schrijven, doordat er een reeks ongelukken was gebeurd bij een vuurwerk dat werd gepresenteerd naar aanleiding van dezelfde festiviteiten als waarvoor die Weners waren komen fiedelen en jammeren, en de andere deelredacties direct na het voorgevallene daarvoor meer ruimte toebedeeld hadden gekregen. De recensent vond het helemaal niet erg: wat hij te zeggen had over een verloren muziekavond, kon ook in de helft van het normale aantal regels.
Op de dag dat de krant — toen nog een avondblad — was verschenen, kwamen er al wat telefoontjes op de redactie binnen, en bleek maar weer eens dat nu precies de recensent de enige was, die er weer eens helemaal niets van had begrepen. Het was fantàààstisch geweest en daarom kreeg de redactie het advies die recensent eens naar een KNO-arts te sturen, omdat er echt iets met zijn gehoor aan de hand moest zijn. De tegenwerping van redactiezijde, dat de recensie alleen maar diende om een mening te ventileren, waaraan de lezers de eigen opvattingen konden toetsen, viel niet in vruchtbare bodem. "Die man moet niet opschrijven wat hij ervan vond, hij moet schrijven hoe het was!"

De dag erna werd het ter kunstredactie van die krant een echte heksenketel. Procesdreigingen en erger werden telefonisch ten beste gegeven, excuses in een groot opgemaakt artikel was nog de minste van de veelal zwakzinnige eisen. Ook de in dergelijke situaties gebruikelijk geworden coprolalie werd via de telefoon flink gebezigd. Vooral die ene man met zijn steeds wilder wordende uitingen maakte het de kunstredactie onmogelijk om nog in het krantengebouw verder te werken, en daarom koos men voor het café aan de overkant. Pas toen de man zijn dreigement had geuit, die recensent te zullen doden met zijn auto, als hij daarvoor de kans kreeg, kwam er een einde aan de tolerantie van de zijde van kunstredactie en hoofdredactie, en kreeg de telefooncentrale de opdracht deze man niet meer door te verbinden. Deze slaagde er door een truc echter in toch nog weer iemand van een andere afdeling te spreken te krijgen, die het gescherm met VIP-praatjes en professortitels — toebehorend aan de zo schandelijk in de recensie behandelde hoge en inmiddels volstrekt heilige heren — pareerde met de mededeling: "Meneer, onze recensent is ook doctor, en niet alleen in de musicologie. Hier op de redactie wordt hij toch echt niet voor niets met 'professor meester doctor ingenieur' aangesproken."
Dat bracht de verwoede liefhebber van Weense kitsch en tegelijkertijd die woedende lezer van een — op de juiste manier gelezen, inderdaad — dodelijke recensie even tot zwijgen, maar hij wist zich snel te herstellen.
"Dan zal ik ze daar in Wenen wel eens even een briefje schrijven en ze vertellen dat onze recensent, die doctor voor zijn naam heeft staan, zulke slechte optredens toch wel heel direct en met kennis van zaken doorprikt."

Schrijver: Heinz Wallisch, 17 mei. 2007


Geplaatst in de categorie: muziek

1,8 met 4 stemmen 246



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)