Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

DE AARDAPPELKABOUTER

Middenin de nacht strompelde een stokoude heks langs de rand van het bos. Vermoeid steunde ze op haar knoestige wandelstok. Ja, zelfs voor een heks was ze al te oud om nog met een bezem te zweven!
In gedachten liep ze het aardappelveld van een boer in.
"Het einde van mijn bestaan in deze wereld," mompelde ze wijs en vol berusting. Ze hield op als heks te bestaan. De toverkol zakte in elkaar, werd een kleine mistbank. Een deel van dit wolkje zweefde omhoog, een deel zonk weg in de grond. Het laatste verdween juist in een grote aardappelplant.
De volgende dag werden alle aardappels van het veld gerooid en in grote wagens naar de aarappelmeelfabriek gereden.
Ook de aardappels, waarboven de oude heks in mist was opgegaan, werden in dat gebouw gewassen, vervolgens fijngesneden. Zeker hadden ze toverkracht gekregen van die wonderlijke vrouw. Er sprong een kabouter uit de snijmachine. Een kabouter, niet groter dan een speelgoedharlekijntje, met een broek en een jasje van bladeren! Het mannetje zelf bestond helemaal uit aardappel!
Deze aardappelkabouter vluchtte voor de werkende mensen. Hij ging onder een paar jutezakken liggen en sliep daar de hele dag, tot heel laat in de avond.

's Nachts was er niemand in de fabriek, behalve twee bewakers.
De nieuwe kabouter kroop vanonder de jutezakken, streek zijn baard keurig glad.
"Eens even buiten kijken," zei hij bij zichzelf, en rende door de fabriekshal. Bij de deur ging hij op zijn buik liggen. Hij was mager genoeg om zich eronder door te wringen.
De aardappelkabouter liep over een grasveldjes, dat binnen de grote fabrieksomheining lag. Hij begon heen en weer te dansen over de korte sprietjes. Daarbij mompelde het mannetje binnensmonds:
"Ik hoef niet te werken. Ik leef op mijn dooie gemak, maar eer wel het werk van mensen."
De beide bewakers zaten koffie te drinken in een klein kamertje. Verbaasd keken ze naar buiten.
"Wat is dat?" vroeg de een.
"Natuurlijk een uiltje, dat een beetje roept en rondhuppelt," antwoordde de ander.
Ze bleven rustig achter de ramen zitten, gingen niet naar buiten.

De aardappelkabouter bleef altijd in de fabriek wonen. Overdag verschool hij zich ergens om te slapen. 's Nachts danste hij op het grasveldje van de fabriek.
Altijd zagen de bewakers weer die "rondhuppende uil."
Tenslotte groeide er een boom op de plaats, waar de dwerg altijd begon te dansen. Wat was dat een groot wonder!
's Zomers was die boom helemaal dor en kaal, alsof hij dood was. Maar 's avonds begon hij mooi roze en oranje te glanzen. Het was net of die boom in de schemer helemaal van vuur was!
In de koude winterdagen droeg hij grote, geurige bladeren. Aan de takken hingen ook grote bloesems. Binnen enkele dagen al werden die bloesems mooie vruchten. Hoe harder het vroor, hoe prachtiger die bloesems en vruchten werden.
Het is makkelijk te begrijpen hoeveel mensen van heinde en verre kwamen om dit bijzonders te zien. Maar niemand durfde die boom aan te raken. Iedereen keek _ op een eerbiedige afstand.
Steeds meer boeren brachten hun aardappels naar deze aardappelmeelfabriek. Steeds meer mensen kwamen hier werken.
Ja, die bekende boom had een lokkende werking.

De aardappelkabouter, die een heel rustig leventje leidde en zelf nooit werkte, had goed voor het werk van de mensen gezorgd.

Schrijver: Han Messie, 30 dec. 2010


Geplaatst in de categorie: werk

3,0 met 1 stemmen 118



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)