start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (138)
adel (13)
afscheid (116)
algemeen (330)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (241)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (169)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (113)
feest (41)
film (3)
filosofie (146)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (30)
geweld (46)
haiku (5)
heelal (38)
hobby (32)
humor (385)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (62)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (174)
koningshuis (22)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (158)
mannen (34)
milieu (14)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (99)
muziek (41)
natuur (96)
oorlog (108)
ouderen (18)
ouders (36)
overig (129)
overlijden (79)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (114)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (63)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (43)
tijd (55)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (46)
voedsel (45)
vriendschap (84)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (54)
wereld (35)
werk (96)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (153)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 4973):

Hulp halen

Als ik om mij heen kijk zie ik alleen de stinkende lijken liggen, verschrompelde takken die verbrand en verdorven zijn door de brandbom en verderop de verkoolde lichamen die in het niets staren naar een felblauwe hemel die daarvoor nog vol met bommenwerpers waren. Zwarte vogels die als moordenaars de buren beneden een genadeslag toebrachten die zijn weerga niet zou kennen.

De stilte in mij is voelende door de tranen die ik langs mijn wangen met mijn tong opvang. Zout is alles wat ik proef. De stilte is hoorbaar. De stank is te ruiken maar niet te bevatten voor mijn verdoofde geest.
Ik wil gillen, schreeuwen maar durf niet eens mijn stem te verheffen als ik zie dat mijn eigen handen zijn verbrand door het vuur dat ik probeerde te doven bij mijn maten die het helaas niet gehaald hebben. Waarom kan ik niet huilen? Is er iets mis met mij? Ik voel ook geen pijn, voel helemaal niets dan verdoofd om mij heen kijken en ervaren dat stilte ook zijn mooie kanten heeft. Je hoort helemaal niets, geen zucht van wie of wat dan ook.

Totdat het ineens tot mij doordringt dat ik ergens links van mij gekreun hoor. Snel wil ik opstaan en er op afgaan. Mijn benen weigeren, ik zak weer op mijn knieën en roep in het wilde weg “Wie is daar, blijf kreunen of zwaai met je arm, laat me zien waar je bent!”

Ergens vlak voor mijn neus wordt een hand opgestoken en een half verbrand gezicht kijkt mij met een oog aan, ik schrik en kijk verdwaasd terug. Kruip naar hem toe en zie dat het mijn Majoor is die daar totaal verbrand ligt te kreunen van de pijn.
“Ik heb hier nog morfine, wacht even geef ik je dat wel” mompel ik en probeer mijn rugzak te pakken, al wat ik voel is een leeg gat. Mijn rugzak is weg, daarvoor in de plaats is een gat gekomen en nog voel ik niets.

“Blijf rustig liggen ik ga kijken voor morfine.”
Ik zie dat hij huilt van de pijn en zelf heb ik niet in de gaten dat ik mezelf niet eens verplaatst heb als ik zijn hand weer omhoog zie gaan. Hij zwaait.
“Heb nou even geduld man, ik kan ook niet alles tegelijk!"schreeuw ik hardop. Dat denk ik, maar er komt geen geluid uit mijn strot. Stilte is mijn naam ineens.
Hij stopt met zwaaien en ik zie zijn lichaam verslappen. Die morfine was al niet meer nodig. Al wat ik om mij heen zie is niet te bevatten. Ben ik de enige die nog wakker is in deze enge droom van dood en verderf?

Ik sluit mijn ogen en ga ook maar weer liggen omdat ik mijn knieën niet meer voel, vraag mezelf ineens af of ik ze nog heb.
Doe mijn ogen dicht en stel mij voor dat ik om hulp ga roepen en rennen.
Zie mezelf op het kleine landweggetje en achter mij zie ik de colonne waar ik tussen liep. Maar nu zie ik niemand en ren als een bezetene de eenzaamheid tegemoet.
Ik schreeuw, ik schreeuw om hulp en al wat ik achter mijn ogen zie is een vreemdeling met een grote mond waar geen geluid uitkomt die de weg afrent zo door niemandsland, de eenzaamheid tegemoet. Alles is stil, alles is dood. Alleen de schreeuw, de schreeuw die leeft.

Schrijver: Leny Kruis
Inzender: Leny, 09-08-2013


lenykruisattelfort.nl


Geplaatst in de categorie: geweld

Deze inzending is 94 keer bekeken

2/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)