start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (129)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (237)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (22)
eenzaamheid (178)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (63)
familie (107)
feest (38)
film (3)
filosofie (136)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (32)
geschiedenis (28)
geweld (45)
haiku (4)
heelal (38)
hobby (28)
humor (376)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (59)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (77)
kinderen (170)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (39)
liefde (256)
literatuur (351)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (118)
moederdag (11)
moraal (97)
muziek (40)
natuur (90)
oorlog (107)
ouderen (16)
ouders (37)
overig (128)
overlijden (75)
partner (55)
pesten (28)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (105)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (61)
sinterklaas (17)
sms (5)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (83)
valentijn (4)
verdriet (86)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (39)
voedsel (45)
vriendschap (82)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (52)
wereld (35)
werk (94)
wetenschap (18)
woede (61)
woonoord (87)
ziekte (147)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5995):

Wees niet verdrietig

“Oma…”
“Ja, lieverd.”
“Vertel nog eens van die keer dat je opa voor het eerst zag. Ik vind dat altijd zo’n mooi verhaal.”
We zitten samen aan de eetkamertafel, Janne en ik. Janne had beloofd te helpen met het adresseren van de enveloppen. Ze ziet dat het schrijven me zwaar valt; na vijf adressen is mijn hand zachtjes gaan trillen en de anders zo fiere bogen van mijn handschrift verlaten nu als restjes zeewier aarzelend mijn pen. Ik kijk Janne aan over het randje van mijn bril en glimlach bij het beeld dat haar verzoek bij mij oproept. Ik houd mijn pen lichtjes in beide handen en kijk er even naar alsof die pen mij toegang zal verschaffen tot de gebeurtenissen van toen.

“Het is een mooi verhaal, je hebt gelijk. Opa was natuurlijk helemaal niet slecht ter been, zoals de laatste tijd. Hij was een sterke, jonge knul van 17, en de internering was net voorbij. Hij wilde niets liever dan z’n moeder en zusjes opzoeken. Die zaten nog in het vrouwenkamp, een paar honderd kilometer verderop, op midden-Java.
Zo kort na het einde van de oorlog bleven alle Hollanders in de kampen wonen, want het was daar buiten niet veilig. Met een valse pas om het mannenkamp uit te komen, stapte hij op de trein. Hij ging als verstekeling mee omdat hij geen kaartje had kunnen bemachtigen. Als de conducteur langskwam moest hij gauw door het deurtje van de wagon naar buiten, om daar op de schokkende bumper te wachten totdat de conducteur weer voorbij was. Eenmaal weer binnen moest hij uren staan; zo vol was het.
In het vrouwenkamp aangekomen, sprak hij een meisje in een kaki jurk aan. Dat meisje was ik! Ik was toen net 21. Ik herkende hem omdat hij vroeger bij mij op school had gezeten. Toen was hij een deugniet, dat wist ik nog goed. Maar inmiddels was hij een grote, brede kerel geworden. Ik liep met hem mee naar mijn moeder, zodat hij haar kon vertellen dat mijn broers, zijn twee beste vrienden, het goed maakten.
Onderweg verbaasde hij zich over de kinderen in het kamp. Je moet niet vergeten dat hij een paar jaar lang geen kleine kinderen meer had gezien. En de eerste keer dat opa op een zondag de vrouwen in de kerk hoorde zingen, kreeg hij tranen in zijn ogen. Zingende vrouwenstemmen, dat had hij zo lang niet gehoord.
We moesten allemaal wennen aan het gezelschap van een man. Maar we waren toen nog niet verliefd, hoor. Dat kwam pas later, op de boot.”

Janne heeft gelijk, de herinneringen doen me goed. Alsof de vertrouwde beelden me kracht geven. Ik pak de draad alweer op:
“Opa maakte zich zorgen om onze veiligheid. Hij vroeg een goede familievriend, Govert, om hulp. Die vriend heeft toen geregeld dat onze twee gezinnen mee mochten met een transport van de Nederlandse marine naar Soerabaja, wel 1.000 km verderop, waar het veiliger was. Vijfentachtig vrouwen en kinderen, twee mannen en drie jongens gingen mee op dat treintransport. Govert wilde absoluut niet dat er wapens meegingen. Hij zei: “Als we worden aangehouden door een lokale militie en ze zien dat we wapens hebben, is het met ons gedaan.” En ja hoor, onderweg werden we aangehouden door een strijdlustige groep, maar omdat we geen wapens hadden, lieten ze ons gaan.
Na de overnachting werd ons gezegd dat we, vanwege al het oproer, onze bestemming alleen konden bereiken als we beschermd werden door de Japanse militaire politie, de Kempetai. Twee gewapende soldaten reisden toen met ons mee: eentje op het balkon voorop de wagon en de andere op het balkon achterop. De Japanners die ons al die jaren gevangen hadden gehouden, waren ironisch genoeg nu degenen die ons beschermden tegen mogelijk geweld.
Tijdens de reis stopte de trein bij een station, want er moest water bij de locomotief voor de trek door de bergen. Tot onze schrik zagen we toen door het raam in de verte een menigte al joelend op ons afkomen, met speren en kromzwaarden. Hun geschreeuw werd luider en luider. Ik was zó bang, dat ik onder de bank kroop.”
Ik zet een angstig gezicht op om mijn woorden kracht bij te zetten. Janne moet lachen – ze kent het verhaal, ze weet dat het goed afloopt.
“Kort daarna zijn we met z’n allen per schip naar Nederland vertrokken. Het was avond toen we wegvoeren uit Jakarta. Opa en ik hadden allebei onze kindertijd op Java doorgebracht – Java was ons thuis. We hadden daar allebei een prachtige jeugd gehad.” Ik laat de herinnering even binnen. “Ik bleef aan dek kijken tot ik Java als een klein stipje aan de horizon zag verdwijnen.”

Altijd als ik bij dit moment in het verhaal kom, zie ik die jonge vrouw, pas uit gevangenschap, voor me, staande aan de railing op het dek, uitkijkend over het water terwijl het schip haar langzaam wegvoert uit haar wereld, weg van het geliefde land van haar jeugd.
We zijn bij het laatste deel aangekomen.
“En je weet hoe het verder is gegaan, toch?” Ik geef Janne glimlachend een knipoog met beide ogen – ons teken van verstandhouding, maar tegelijk ook het teken dat ik klaar ben met vertellen.
Ja, Janne weet hoe het verder is gegaan. Zij heeft een duidelijk beeld van de twee jonge mensen die elkaar ’s avonds op het dek ontmoeten. Daar staan ze, hand in hand, samen alleen, tussen twee werelden, terwijl de maan haar licht uitstrooit over de golvenzee rondom hen.

Janne heeft moeite haar ontroering te verbergen. Ik zie het en leg mijn hand op haar arm. Dan pakt ze de rouwkaart en leest zachtjes de spreuk voor die bovenaan staat afgedrukt:

"Wees niet verdrietig om de dood
De reis gaat immers verder"

(Een verhaal met elementen uit de familiegeschiedenis)

Schrijver: Hanneke van Almelo, 24-09-2016



Geplaatst in de categorie: familie

Deze inzending is 239 keer bekeken

5/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Naam:Han Messie
Datum:25-09-2016
Email:hmessieatlive.nl
Bericht:Hanneke, wel bedankt voor jouw lovende woorden bij mijn laatste hartenkreet.
Jouw verhaal zegt mij ook erg veel omdat mijn vrouw uit Indonesie komt en ik ook vrienden heb gehad, die de kampen aldaar meegemaakt hebben.

Naam:Gabriëla Mommers
Datum:25-09-2016
Bericht:Hanneke, wat een prachtig verhaal, zo mooi geschreven! Met veel interesse en meeleven gelezen. Een verhaal dat mij tevens persoonlijk ontroert, omdat het ook met elementen uit de geschiedenis van mijn familie is verweven.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)