Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 6676):

De brute Spartaan van Spakenburg

Sinds het homoseksuele echtpaar Appie van Leeuwen en Evertje de Leeuw in de Maatjessteeg 11 te Spakenburg zijn neergestreken, hebben ze het daar dolletjes naar hun zin en genieten ze van de gemoedelijke sfeer in het oude vissersdorp. In Amsterdam vonden ze de sfeer voor homo's dramatisch verziekt en zijn ze herhaaldelijk door Marokkaanse, Turkse én Nederlandse jongeren uitgescholden. Dat konden ze allemaal nog wel handelen, maar toen Evertje tijdens een wandeling langs de statige grachtenpanden door een Poolse dronkaard een bloedneus werd geslagen, was de maat meer dan vol. Appie pikte het niet langer en hij is meteen op huizenjacht gegaan. Het maakte hem niet uit of het een klein huisje was, als het maar ver uit die onveilige wietdampenstad was. En nu zitten ze dus in het rustieke Spakenburg, waar ze dolgelukkig zijn. Hun banen in Amsterdam hebben ze gewoon behouden, zodat ze nog wel wat in Amsterdam verblijven, maar gelukkig niet meer permanent. Schuin tegenover hen woont een lesbisch stel, Stientje De Liefde en Dieuwertje Tiethof, waar ze een goed contact mee hebben. Stientje werkt bij Hunkemöller in de Spuistraat en ze neemt vaak wat nieuwe, sexy lingerie voor Dieuwertje mee, die dat dan aan de heren komt showen. Meestal volgt er na hun goedkeuring een gezellig borreluurtje met lekkere hapjes en klassieke muziek. Dieuwertje werkt in Café De Kraplap aan de Kerkstraat, waar ze Stientje heeft ontmoet en versierd. De stoere dames laten zich door niemand de wet voorschrijven en ze lopen altijd hand en hand en hevig zoenend door het dorp. Dat er dan veel gordijnen woest worden dichtgeschoven, deert hen niet. De vervelende opmerkingen van door hun ouders verziekte jongeren beantwoorden ze vaak met gekke bekken trekken of de middelvingers opsteken. Appie is wel geschrokken van hun verhalen over hun ervaringen met sommige dorpelingen, maar hij is er nog steeds van overtuigd dat een dorp veel overzichtelijker is en dus naspeurbaarder en veiliger. Men kent elkaar en dat schept sociale verplichtingen. Appie en Evertje lopen ook graag hand in hand door de straten, maar liever niet overdag. 'De boel onnodig provoceren heeft geen zin!', zegt Appie vaak. Evertje vindt dat in wezen een laffe instelling, maar hij past zichzelf er toch graag aan aan. Sinds Bertus Van Lul uit de Palingstraat een keer nadrukkelijk 'Moet dat nou?!' zei, terwijl ze bij hem voorbij liepen en elkaar kusten, vindt Evertje het allemaal wel prima. 'De donkere nacht is homovriendelijk!', bedacht hij.

Zoals iedere zondag gaan Appie en Evertje ook deze zondag weer naar de gereformeerde Maranathakerk, waar ze meestal ergens achteraan gaan zitten om niet teveel op te vallen. De alleenstaande kruidenier Dries Pikkemaat zwaait dan graag even naar hen, omdat hij van dezelfde minderheid is, maar nog steeds geen partner heeft gevonden, omdat hij wel heel erg apart is en vreselijk verknocht aan zijn winkeltje en het reilen en zeilen daarvan. De heren kopen graag wat dropjes en theesoorten bij hem. Dan leeft Dries helemaal op en vertelt hij honderd uit over zijn toko en zijn producten. Hij weet alles over de werking van kruiden en over de schilderijen van Henk Helmantel, waarvan hij er enkele in zijn bezit heeft. Vol bijzondere anekdotes en details vertelt hij dan nogmaals over zijn busreizen naar het huis/atelier van de meester en waar hij een fotoboek over heeft samengesteld. Of de heren het maar even willen bekijken tijdens een kop zoethoutthee, omdat het net even rustig is. Dries dus. Die tijdens het afscheid altijd op een dropje trakteert en volgens de heren weer emotioneel homovoer voor jaren heeft ingeslagen. Zeker geen kwaaie, die Dries. Dominee Wiebe Amen staat niet bekend als gematigd en de heren betrappen hem er regelmatig op, dat hij wel heel erg ouderwetse opvattingen over homoseksualiteit heeft. Hij schijnt nog steeds te denken, dat God de liefde heeft beperkt tot liefdesrelaties tussen mannen en vrouwen. Hij smijt daarbij met bijbelteksten, die hij voor het gemak maar met zijn anti-homoseksuele standpunten overeen laat komen, omdat hij ze gruwelijk verdraaid en haatdragend interpreteert. Die belachelijke homohaat is zijn eigen leven gaan leiden en komt meestal zonder bijbelconnecties in zijn preken terecht. Nu ook weer, waarbij hij tekeer gaat legen de losse zeden van de stadse fratsen van tegenwoordig. De diaken Petrus Van't Padje zit driftig mee te knikken, terwijl zijn zoon Pieter, die elders in de kerk zit, vol schaamte zijn hoofd laat zakken in een denkbeeldige strop. Pieter valt op jongens, maar dat durft hij niet aan zijn vader te vertellen of te laten merken. Liever verstikt hij zijn eigen, ware emoties, want hij vreest dat zijn vader hem anders dood zal slaan. 'Alle homo's komen in de hel!', zegt zijn vader vaak, 'als God hen niet kan straffen, dan moeten wij dat voor God doen!'. 'In sommige landen gaan extremisten zoals jij op homojacht en ranselen ze die 'zondaars' af! Is dat soms christelijk?', reageerde Pieter eens. Nou, dat heeft hij geweten. 'Dat lijkt me wel wat!', had zijn bloedeigen vader geantwoord, 'en kruisigen is nog te goed voor die godslasterlijke snoodaards!'. Die Petrus dus, die zit met zijn bezopen zaagselkop vooraan in de kerk een vrome ja-knikker te spelen, terwijl zijn zoon Pieter barst van het ingeslikt verdriet. 'Maar laten wij ook bidden voor de homoseksuele medemensen, want zij weten niet wat zij doen!', schreeuwt dominee Amen, 'bid dat zij zich gaan bekeren en dat zij hun zondige homoseksualiteit gaan opgeven, God onze Vader, geef dat zij genezen worden, in de naam van Jezus Christus, onze Heer, amen!'. 'Nu gaat hij te ver!', zegt Appie tegen Evertje, 'dit pik ik niet!'. Appie gaat staan en hij schreeuwt luid naar voren: 'Ik ben een homo en ik geloof in God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, maar ik geloof ook in gezonde humaniteit en wat u hier beweert, druist in tegen alle mensenrechten en christelijke waarden! U kruisigt Christus via de homo's opnieuw! U bent de anti-Christ en de goddeloze inquisitie, de gereformeerde huichelachtigheid en een eeuwige schande voor het christendom! Ik zet vanaf vandaag geen voet meer in dit duivelse gebouw, bestiert door een inhumane satan!'. Evertje trekt Appie gauw mee naar buiten en zij rennen naar huis. 'Ik wilde nog veel meer zeggen!', zegt Appie, naar adem happend. 'Man, je had wel ter plekke gelyncht kunnen worden!', roept Evertje. 'Ja, het was net alsof ik een hele zware, donkere sfeer voelde opzetten!', beaamt Appie. 'Het is afgelopen met de kerkgang, lieverd, we kunnen heel goed zonder die poespas!', zegt Evertje, terwijl hij Appie op zijn mond kust.

Die zondagnacht kunnen ze de slaap niet vatten en liggen ze beiden zenuwachtig te woelen. Ineens gaat de telefoon van Evertje en neemt hij op. 'Of we meteen Spakenburg uit willen gaan!, zegt onze vriend Evert Pikkemaat!', zegt Evert na het gesprek, 'want er is een woedende meute gereformeerden naar ons in aantocht!'. 'Je maakt een grapje, Eef, dat meen je niet!', reageert Appie. 'Ik weet het niet, Ap, kom, laten in ieder geval onze kleren aandoen en de straat in de gaten houden!', zegt Evertje gespannen. Er gaan tien minuten voorbij en er is nog steeds niets aan de hand, waardoor Appie maar eens een fles wijn ontkurkt en bitterballen in de oven legt. 'Jezusmina, Ap, daar komen inderdaad mensen met fakkels aanzetten! Doe het licht uit en bel eventueel zo snel mogelijk de politie!', zegt Evertje angstig. Even later worden er bakstenen door de ruiten gegooid en volgen er brandende fakkels. De heren vluchten meteen naar achteren, omdat hun auto onbereikbaar voor het huis staat. Iemand gooit benzine naar binnen, waardoor de vlammen rigoreus opvlammen. 'Weg met de heidenen!', schreeuwt iemand, 'op de brandstapel met die heksen!. 'Alle homo's opgerot!', schreeuwt een ander. 'Bestrijd de hardnekkige zondaars!', schreeuwt weer een ander. 'Dat is dominee Amen!', zegt Appie, 'ik herken duidelijk zijn nasale bromstem!'. Ze pakken hun fietsen uit de schuur en ze proberen weg te fietsen, maar een felle zaklamp houdt hen aan. 'De ratten denken het schip te kunnen verlaten?', zegt diaken Petrus dreigend. 'We willen er graag door!', zegt Appie, 'wilt u even opzij gaan?'. 'Flikker toch een eind op met jouw vieze billemaat!', roept Petrus , terwijl hij tegelijkertijd begint te schieten. Appie is dodelijk getroffen en Evertje buigt zich over hem heen. 'Wat bezielt jou toch?', roept Evertje wanhopig en verdrietig. 'Papa, niet doen!', schreeuwt Pieter in de verte. 'O, je wilt graag met jouw medezondaar mee? Dat kan ik zo voor je regelen!', zegt Petrus en hij schiet ook Evertje naar het hiernamaals. 'Pieter? Ben jij daar?', vraagt Petrus ineens, terwijl hij met zijn zaklamp in de rondte schijnt. De brandweer en de politie arriveren en de meute stuift uiteen. Op straat zakken Stientje en Dieuwertje ineen en blijven zij ontroostbaar en katatonisch naar het brandende huis staren. Eenmaal thuis vindt Petrus een briefje op de keukentafel. 'Ik ben homo en jij bent mijn vader niet meer! Pieter' staat erop. 'Wel godver... het zal toch niet waar zijn hé?', gromt Petrus. 'Je hebt onze zoon Pieter verjaagt!', zegt zijn vrouw Petra, die bij de keukendeur staat, 'dat vergeef ik jou nooit!'. 'Wist jij dan dat hij...' 'Dat jij dat niet door had, is jouw probleem, sufferd, maar Pieter is mij nog meer lief sinds ik erachter kwam!' 'Maar homo's zijn zondaars, dat weet je toch, hoe vaak heeft onze dominee dat niet gezegd!' 'Die Amen is volgens mij zelf een homo, sukkel, en jij bent stekeblind!' 'Hoezo is Amen een homo?' 'Iedereen weet dat hij geregeld met koster Bill Billekens van bil gaat, behalve jij natuurlijk!' 'Godverdegodver, dat zet ik die schijnheilige gluiperd betaald!', bromt Petrus, die meteen het huis uit vliegt en op zijn scooter springt, richting de Maranathakerk. 'Hier kom ik aan, vuile etterbek Wiebe Amen, nu zul je er van lusten!', schreeuwt hij, terwijl hij door de straten scheurt. Hij smijt zijn scooter in de heg en hij rent naar de voordeur van de pastorie, waar het overal donker is. 'Vuile gluiperd, ik weet dat je er bent, klootzak, doe open, lafaard!', schreeuwt Petrus. Hij rent naar het huis van koster Billekens, waar nog wel licht brandt. De achterdeur is open en hij sluipt voorzichtig naar binnen. In de woonkamer staat de televisie aan. De nachtprogrammering. Tree voor tree stapt hij naar boven, waar de slaapkamerdeur van Billekens op een kier staat. Er branden twee nachtlampjes. Net genoeg om te kunnen zien dat de dominee en de koster met elkaar aan het rommelen zijn. Petrus ontsteekt in woede en hij smijt de deur open. De naakte, elkaar liefkozende heren kijken verschrikt en verbaasd naar zijn uitgestoken wapen. 'Ik voel mij nog meer verraden dan Jezus door Judas!', brult Petrus vol walging op zijn gelaat. Er klinken vijf schoten en beide heren liggen bewegingloos op het nabewegende waterbed. Daarna rijdt Petrus op zijn scooter naar het huis van Appie en Evertje, waar hij tot verbazing van de blussende brandweermannen en de druk telefonerende politiemannen zomaar het brandende huis in loopt. Niet lang daarna klinkt er een zoveelste schot. 'Dat had die moordenaar eerder moeten doen!', zegt Stientje met tranende ogen tegen haar geliefde Dieuwertje, die alleen maar minzaam kan knikken.

Schrijver: Joanan Rutgers
3 jul. 2020


Geplaatst in de categorie: misdaad

Er is nog niet op deze inzending gestemd. 45



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)