Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Vogels Tellen

De kleinkinderen Bennie en Irene komen weer eens langs, even een weekendje de stad ontvluchten.
‘Zeg opa, we hadden bedacht dat we bij u wel mee zouden kunnen doen aan de nationale vogeltelling. Bij u zitten er zo veel. Bij ons op het balkon hebben we wel een mezenbol hangen, maar ze vinden het te hoog of zo – ze komen niet. Maar bij u komen ze wel. Dus willen we u graag helpen met tellen,’ zegt Bennie.
‘Dat mag, maar opa doet niet mee, want ik vind het heel moeilijk om het allemaal bij te houden.’

‘Nou dat is niet zo moeilijk hoor. Je zet gewoon een streepje onder het plaatje bij het vogeltje dat je ziet en dan tel je ze achteraf.’ ‘Nou goed dan, ik doe mee.’
Bennie zit aan de westkant uit het raam te loeren. Irene aan de zuidkant.
Ik vermoed dat het een ramp gaat worden. Na vijf minuten begint het al. Bennie tegen Irene: ‘Ha ha, ik heb al zes koolmezen geteld en jij hebt er nog geen een.’
Zij: ‘Welles, je liegt want ze zaten net bij mij en je hebt ook niet eens goed geteld, het waren er zeven, en ze kunnen niet overal tegelijk zijn, dus lieg je.’
‘Dat zullen dat wel pimpelmezen zijn, jij bent nog zo klein, jij weet het verschil niet.’ ‘En jij bent een beetje dom.’ Een bekende uitdrukking, die de kleine Irene ergens moet hebben opgepikt. Maar waar?

‘Jongelui, geen ruzie maken. We beginnen gewoon opnieuw. Jullie moet de taken verdelen. Bennie telt de koolmezen en mussen. Irene de pimpelmezen en lijsters. En ik tel de staartmezen en het voor jullie onbekendere spul. Dan tellen we ze niet dubbel.’ ‘Opa, opa!, roept Bennie, kijk eens een mislukte koolmees!’ ‘Nee, domkop,’ zegt Irene, ‘dat is een mislukte mus.’
‘Nou, ik zie het al, jullie hebben het beiden fout, het is een vinkje.’
‘Nou, die hebben wij nog nooit gezien toch zus?’ ‘Nee.’
‘Maar jullie moesten op de kool– en pimpelmezen letten, opa let op de andere vogels.’

Het gaat een poosje goed, ik zie ze driftig streepjes zetten, maar plotseling gaat het weer mis. ‘Opa, opa, kom es gauw kijken een heel dikke gekleurde hangt er aan de mezenbollen. Heel apart, moet je wel tellen hè!’ ‘Volgens mij is het een soort ijsvogel,’ meent hij, die heb ik weleens op een plaatje gezien.’
‘Nee suffie, die zijn veel kleiner,’ weet zij stellig.
‘Ja, rustig maar ik heb hem al geteld. Het is trouwens een bonte specht. Die zijn gek op mezenbollen.’
‘Wat een mooie vogel opa, wat apart.’ Zo word ik er nog meerdere keren bij geroepen. Wat is dit en wat is dat!
Ze kijken hun ogen uit – zo veel. Vooral de mezensoorten, zowel, de kool –, pimpel – , en in iets mindere mate de staartmezen. Op de grond scharrelt zo af en toe een lijster of merel om dat op te pikken wat de mezen laten vallen. Ook enkele vinkjes en een roodborstje scharrelen er rond.
De kinderen weten niet wat ze zien. Een wereld gaat voor ze open – het koninkrijk der tuinvogels.

Plotseling roepen ze weer: ‘Opa, opa, kom gauw eens kijken, nou lopen er heel bijzondere tussen de struiken, twee heel erg bonte spechten.’
Een lopende bonte specht, dat moet ik beter bekijken. Ah, ik zie het al. Dat zijn de kippen van buurman Sjeng, die willen ook een graantje meepikken.
‘Maar opa, dat zijn toch geen kippen, die zijn toch wit of bruin.’ Ja, opa, nou hou je ons voor de gek, wij weten echt wel wat een kip is,’ zegt de kleine Irene.
‘Ja, dat denk ik ook wel, maar dit is een sierkip. Dat is een apart soort. De buurman heeft ze voor de sier, hij vindt ze zo mooi. Maar soms breken ze uit en komen ze hier naar toe. Ik bel hem straks wel even.’ ‘Sierkip?’
‘Ja het zijn Milfleur kippen, dat betekent dat ze heel veel mooie kleuren hebben. De buurman komt uit België, daar noemen ze ze ook wel Ukkel kippen, naar een stad daar. Zo voelt de buurman zich toch nog een beetje in België.’
‘Wat mooi voor buurman Sjeng, hè opa.’
‘Nou en of. Maar nou gaan we thee drinken. Het half uur is allang om en ik heb een glas cola voor jullie.’
‘Lekker, opa,’ roepen ze in koor. De streepjes tellen nu even niet meer mee.

Heb werkelijk nooit geweten dat vogels tellen zo erg vermoeiend kon wezen. Mijn vrouw lacht en zegt fijntjes: ‘Gelukkig hè kinderen, dat opa zo veel verstand van de vogels heeft.’ ‘Ja,’ zeg ik, ‘en van de zomer, gaan jullie mooi met oma in de tuin leren wat voor bloemetjes er allemaal staan.’
‘O ja, dat lijkt ons heel erg leuk, oma.’ Mijn vrouw kijkt me aan met een nu al vermoeide blik, ze zucht en glimlacht.

Schrijver: catrinus
Inzender: C.A. de Boer, 2 feb. 2021


Geplaatst in de categorie: natuur

3,5 met 2 stemmen 70



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)