Inderdaad
Aan het tafeltje bij het raam is een stoel vrij. Hij gaat zitten.
Een vrouw staat bij de kassa. Ze telt muntjes. Drie keer. Legt ze neer, schuift ze weer terug in haar portemonnee, haalt er andere uit. De jongen achter de bar wacht. Hij zegt niets. Zijn hand rust op het apparaat. De vrouw lacht kort. Ze neemt haar koffie aan met twee handen. Blaast erop zonder te drinken.
Hij kijkt. Zijn notitieboek ligt dicht. De pen zit nog in zijn jaszak.
De deur zwaait open. Koude lucht waait naar binnen. Een vrouw in een felgele regenjas stapt naar binnen. Ze schudt haar paraplu uit, hardhandig. De druppels spatten tegen de ruit en over de vloer. Ze loopt recht op hem af.
‘Is deze stoel vrij?’
Hij knikt één keer, kort.
Ze gaat zitten en zet haar natte paraplu tegen de tafelpoot.
‘Wat een hondenweer, hè?’
Hij verzet zijn glas een fractie van een millimeter. Hij kijkt naar de regen die in strepen over de ruit naar beneden loopt.
‘Inderdaad,’ zegt hij.
De vrouw tuit haar lippen en pakt haar telefoon. Ze zwijgt, heeft zich van hem afgewend. Hij voelt de lichte trilling van de tafel wanneer ze typt. Hij bergt zijn notitieboek op en schuift zijn stoel naar achteren.
Geplaatst in de categorie: individu

Geef je reactie op deze inzending: