Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Geen wonder!

"Heeft bidden zin?" Het is vele jaren geleden, dat ik me dit begon af te vragen. Gebedsverhoring zou logischerwijze betekenen, dat daardoor iets zou veranderen in de natuurlijke gang van zaken. Immers, als datgene waarom gebeden werd, tóch gebeurd zou zijn, dan was het niet nodig geweest erom te bidden. Maar als een gebed iets zou veranderen in de natuurlijke, wetmatige gang van zaken, dan zou dat een wonder zijn. Maar kán er een wonder gebeuren? vroeg ik me af.
Laat ik eerst definiëren wat ik onder gebed en onder wonder zal verstaan. Met "gebed" bedoel ik, zoals woordenboeken het omschrijven: "het aanroepen van de Godheid als middel van verering, dankzegging of smeking." Voor "wonder" in de zin van gebedsverhoring lijkt de volgende definitie verantwoord: "wat tegen de natuur der dingen is en toegeschreven wordt aan een bijzondere goddelijke ingreep; mirakel."

Welke reden is er om vraagtekens te zetten achter eeuwenoude "zekerheden" van gelovige mensen dat het gebed tot wonderen kan leiden? Zitten daar alleen abstracte, rationele redeneringen achter of zijn er concrete, praktische problemen?
Voor God is niets te wonderlijk (zégt de gelovige), maar waar je om bidt moet wel kúnnen (dénkt hij). Er zal dan ook niet vaak gebeden worden om een nieuw oog voor iemand die een oog is kwijtgeraakt of om herstel van een geamputeerd been. Waarom niet? Omdat kennelijk toch weinig mensen geloven in een mirakel, dus in een rechtstreekse goddelijke ingreep in de natuurlijke gang van zaken.
Ja maar, zal iemand zeggen, dat God sommige gebeden niet verhoort, betekent niet dat Hij het niet kán, maar alleen dat Hij het niet wíl, en daar kunnen goede redenen voor zijn. Dat is aardig gevonden, maar het blijft dan toch wat merkwaardig dat God blijkbaar juist datgene niet wíl wat volgens de natuurwetten niet kán.

Misschien is er aanleiding om onszelf een aantal dingen af te vragen.
Om te beginnen de vraag: is het wereldgebeuren in de ruimste zin van het woord onderworpen aan de wetten van oorzaak en gevolg? Daarover is al heel wat gezegd en geschreven. Ik beperk mij hier tot de opmerking dat er mijns inziens geen causale reeks kan eindigen (er gebeurt iets dat geen gevolgen meer heeft) en dat er geen oorspronkelijke causale reeks kan ontstaan (er gebeurt iets dat niet is veroorzaakt). Als deze stelling juist is, houdt dat in dat ook de mens in al zijn denken, doen en laten aan causaliteitswetten is onderworpen.
Het merkwaardige is nu dat ook, of zelfs júist, mensen die geloven in godsbestuur, vaak de grootste moeite hebben met deze opvatting. Het zou immers "vrije wil" en dus eigen verantwoordelijkheid uitschakelen. Maar, zou ik hun willen vragen, valt godsbestuur dan wél met menselijke vrijheid te rijmen? Twee tegenstrijdige opvattingen tegelijk overeind houden (namelijk dat Gods wil je leven bepaalt maar dat je toch zelf vrij kunt kiezen), dat mag geen zindelijk denken heten.

En nu dus de relatie met het bidden: kan het gebed de causaliteitswetten doorbreken? Als alles altijd in oorzakelijk verband gebeurt, dan moet het antwoord op deze vraag natuurlijk ontkennend zijn. Maar het impliceert wél dat ook het gebed in de causaliteit is opgenomen. Ook een gebed heeft oorzaak en gevolg. Er gaat immers een besluit om te bidden aan vooraf en het heeft gevolgen voor de innerlijke gesteldheid van de bidder zelf. En een verandering in het dénken van de mens, heeft ook gevolgen voor zijn hándelen. In die zin kunnen de indirecte gevolgen van het gebed dus van materiële aard zijn. "Het gebed verandert de dingen niet," zei Burton Hillis, "maar het gebed verandert de mens en de mens verandert de dingen."
Materiële gevolgen van een gebed zijn ook denkbaar voor zo ver de geest van een mens diens lichaam beïnvloedt, zoals bijvoorbeeld het geval is bij psychosomatische aandoeningen. “Wonderbaarlijke” genezingen door zo geheten gebedsgenezers werpen een scherp licht op de wederzijdse afhankelijkheid van psychische en fysieke factoren in de mens.

Waarom kunnen velen hun geloof in wonderen maar zo moeilijk prijs geven?
Een van de oorzaken daarvan is waarschijnlijk dat mensen het gevoelsmatig moeilijk kunnen accepteren dat hun leven bepaald wordt door een complex van causale verbanden. Geloven in wonderen betekent: geloven dat je soms uit de causale reeks kunt stappen of er door een hogere macht uit kunt worden getild. Door zo’n geloof schept iemand voor zichzelf perspectieven die er voor een "ongelovige" niet zijn.Toch zou het niet onredelijk zijn, een gebeurtenis pas als wonder in de zin van mirakel te erkennen, als kan worden aangetoond dat die gebeurtenis niet in oorzakelijk verband kán hebben plaatsgevonden. Het gaat niet aan, het onverklaarbare dadelijk tot wonder te promoveren, alleen omdat het onverklaarbaar is. Staat "onverklaarbaar" niet altijd voor "nóg onverklaarbaar"? Veel van wat vroeger tot mirakel gerekend werd, is nu wetenschappelijk verklaard en blijkt niet wonderlijker dan het groeien van het gras - hetgeen overigens bijzonder wonderlijk is, maar niet in strijd met natuurwetten.
Ook de centrale plaats in de wereld die de meeste godsdiensten aan de mens toedenken, kan bijdragen aan diens aanspraak op wonderen. Mogelijk is dat een overblijfsel van het antieke denken, dat de aarde centraal plaatste in het heelal en de mens centraal op de aarde en daarmee dus eigenlijk centraal in de kosmos. En hoewel de aarde inmiddels is ineengeschrompeld tot een minuscuul bolletje ergens in een buitenwijk van een van de miljarden melkwegstelsels, hebben de mensen op die aarde het gevoel behouden (vaak tegen beter wéten in) dat uiteindelijk heel het kosmisch gebeuren om hen draait. En godsdienstige mensen menen dan soms ook nog dat heel het menselijk gebeuren om de gelovige draait. Edoch, een gelovige heeft geen recht op een bijzondere behandeling, maar slechts de plicht tot bijzonder handelen! Hij kan dus wat wonderen betreft maar beter alle pretenties laten varen die niet zijn waar te maken of die de God waarin hij gelooft blijkbaar niet wíl waarmaken.

Schrijver: N. Wamelink, 24 okt. 2004


Geplaatst in de categorie: religie

2,1 met 10 stemmen 1.081



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
Quinten Jiskoot
Datum:
26 okt. 2004
Email:
quinten5xs4all.nl
Ik vind dat God hier wel erg antropomorf wordt voorgesteld.
In het boeddhisme of in het pantheïsme bijvoorbeeld kijkt men heel anders aan tegen het goddelijke. Maar hier in Nederland wordt God direct gelijkgesteld aan de Kerk, aan onderdrukking en aan megalomanie. God wordt gezien als een persoon, al dan niet met baard.
Maar in het boeddhisme of in het pantheïsme bestaat een dergelijk opperwezen niet en zijn er geen geboden. Boeddha zegt eigenlijk: zoek het zelf maar uit. Het geloof kan dan een bron van vreugde zijn, en wat je leert tijdens diepgaande meditatie - óók een vorm van bidden! - is direct te toetsen aan de waarneembare werkelijkheid. Het boeddhisme is rationeel, en wordt wel beschouwd als een wetenschap van de geest. En dus kan een gelovig mens wel degelijk een autonoom (denkend)wezen zijn.
Ik vind dus dat er in deze tekst sprake is van een te beperkt godsbegrip.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)