Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Onveroorzaakt of onvoorspelbaar?

De meest fundamentele kritiek op het determinisme (berustend op het causaliteitsbeginsel) komt van de zijde van de kwantumfysica. Die kritiek komt - kort gezegd - voort uit de waarneming dat de wetmatigheden in de macrofysica (de natuurkunde van voor het blote oog waarneembare verschijnselen) niet zonder meer van toepassing blijken te zijn in de microfysica (de natuurkunde van de elementaire verschijnselen). Door het dualistische karakter van het elektron – enerzijds deeltje, anderzijds golf – is het principieel onmogelijk de beide door Niels Bohr "complementair" genoemde eigenschappen – plaats en golflengte – tegelijkertijd exact te meten. De kwantumfysicus neemt in het gedrag van elementaire deeltjes wetmatigheden waar van statistische en niet van direct-causale aard.

Wat mij telkens weer opvalt bij het lezen van de argumenten die aan de kwantumfysica ontleend worden voor het afwijzen van strikte causaliteit, is het door elkaar halen van oorzakelijkheid en voorspelbaarheid. De spraakverwarring blijkt alleen al uit het feit dat Heisenbergs theorie zowel met "onzekerheidsprincipe" als met "onbepaaldheidsprincipe" wordt aangeduid, hoewel "onzekerheid" en "onbepaaldheid" een verschillende betekenis hebben. Oorzakelijkheid is er of is er niet, ongeacht de vraag of wij van een bepaald verschijnsel de gevolgen al of niet kunnen voorspellen.

Het gedrag van de kleinste deeltjes is dus onvoorspelbaar, tenminste als het gaat om de afzónderlijke deeltjes. Als het om grote aantallen gaat, is de waarschijnlijkheid van een bepaald gedrag wel statístisch voorspelbaar. Het is te vergelijken met de kansberekening in de verzekeringsbranche. Voor elk van de verzekerden afzonderlijk valt niet te voorspellen of en zo ja wanneer ze het slachtoffer zullen worden van ziekte, ongeluk of diefstal. Maar voor de groep verzekerden als geheel is een redelijk betrouwbare statistische prognose te maken, zodat de verzekeraar in staat is om een winstgevende premieregeling voor risicodekking te ontwerpen. Ook hier zou evenwel weer een denkfout gemaakt worden, als uit het onvoorspelbare lot en het onvoorspelbare gedrag van elk verzekerd individu afzónderlijk, zou worden afgeleid dat leven en handelen van die persoon zich dús niet in oorzakelijk verband voltrekken.

Laten we (als gedachte-experiment) de kwantumfysicus eens vergelijken met een verzekeringsdeskundige die in zijn kantoor (macrokosmos) zodanig zit opgesloten dat hij op geen enkele manier contact kan leggen met zijn individuéle verzekerden (microkosmos-kwantumniveau). Hij krijgt wel rapporten (wetenschappelijke waarnemingen) binnen over schadeclaims van de verzekerden wegens ongevallen. Uit die rapporten leidt hij af dat het gedrag van elke verzekerde afzonderlijk (kwantumniveau) uiterst grillig en volkomen onvoorspelbaar is. Op grond daarvan komt hij tot de conclusie dat voor die verzekerden de wetten van oorzaak en gevolg zoals die binnen zíjn kantoor gelden, niet van toepassing zijn. Maar gelukkig heeft hij wel enige greep op de groep verzekerden als geheel. Hij heeft immers ontdekt dat deze groep zich in statistische zin wél ordelijk, wetmatig en voorspelbaar gedraagt. Zijn gevolgtrekking is dan ook, dat de macrowereld van de groep kwalitatief verschilt van de microwereld van het individu: eerstgenoemde wereld is causaal, de tweede is acausaal. Als u hem tegenwerpt dat hij een denkfout maakt wanneer hij onzekerheid of onvoorspelbaarheid gelijk stelt met onbepaaldheid of acausaliteit, zal hij antwoorden dat dit bezwaar niet opgaat, aangezien het gedrag van de individuele verzekerde principiéél onvoorspelbaar is en daarom aan onbepaald gelijkgesteld mag worden.

Dat is een vreemde redenering, want de uitkomst van een enkele worp met een zuivere dobbelsteen is ook principieel onvoorspelbaar, maar niemand zal daaruit de gevolgtrekking maken dat zo'n worp acausaal is. De dobbelsteen gedraagt zich keurig volgens wetten van de mechanica. Dat de uitkomst van de worp onvoorspelbaar is, zit 'm alleen in het feit dat we niet in staat zijn het gehele, samengestelde complex van oorzaken te doorzien dat de bewegingen van de dobbelsteen in en buiten de beker bepaalt. Als we dat wel konden, zouden we ook de uitkomst van de worp wel degelijk kunnen berekenen. Óns analytisch vermogen (of het tekortschieten daarvan) is niet relevant voor de vraag of een bepaalde beweging al of niet causaal is.

Gaat deze redenering ook op voor de verzekerden uit ons gedachte-experiment? Voor het beantwoorden van die vraag verplaats ik mijzelf even in de positie van de individueel verzekerde.
De verzekeringsdeskundige bestempelt mijn gedrag als principieel onvoorspelbaar en dús acausaal. Maar, daarmee geconfronteerd, zou mijn reactie zijn: pas op, meneer de verzekeringsdeskundige, schijn bedriegt! Uw waarneming is relatief, want ze wordt beïnvloed door uw positie. Mijn gedrag, dat op úw niveau en vanuit úw standpunt bezien zo grillig, onvoorspelbaar en dus acausaal lijkt, is op mijn niveau en vanuit mijn standpunt bezien heel samenhangend, doordat voor míj de dingen zich wel degelijk in oorzakelijk verband voltrekken en vervolgens bepalend zijn voor mijn handelen. Mijn microwereld is echt niet zo'n flipperkast als ze vanuit uw macrowereld lijkt te zijn.

In de discussie over de geldigheid van het causaliteitsbeginsel, zou redelijkerwijze de vraag gesteld mogen worden, bij wie de primaire bewijslast ligt: bij degene die causaliteit op kwantumniveau ontkent of bij degene die meent dat ze zich op alle niveaus doet gelden. Redelijkerwijze bij de eerste, denk ik, want deze bestrijdt iets wat in een betrekkelijk recent verleden (zeg maar tot en met Einstein) algemeen aanvaard werd.
Er zit voor mijn gevoel iets absurds in het feit dat uitgerekend de natuurwetenschap twijfel koestert over de algemene geldigheid van de causaliteit. Zij heeft bij wijze van spreken heel haar wetenschappelijk bouwwerk gefundeerd op en opgetrokken met causaliteitsstenen, maar plaatst dan op de hoogste spits ervan de windvaan van de onbepaaldheid, van het toeval. Zij tracht met een causale bewijsvoering aan te tonen dat er op fundamenteel niveau geen causaliteit bestaat. Zij wil ons doen geloven dat causaliteit in de macrokosmos vrucht is van acausaliteit in de microkosmos, aangezien statistische wetmatigheid zou stoelen op toevalligheid van elk daaraan ten grondslag liggend, afzonderlijk verschijnsel.

Schrijver: N. Wamelink, 15 nov. 2004


Geplaatst in de categorie: filosofie

2,5 met 6 stemmen 873



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)