Inloggen
voeg je verhaal toe

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 1127):

Vernieuwing

Netcitaat 138 in de categorie “literatuur” op deze site (van Ton Anbeek) noemt een schoolvoorbeeld van “jezelf [als schrijver/dichter] manifesteren”. De genoemde methode lijkt op de initiatie van een beweging, die het oude verguist om een eigen, ‘veel betere’, vorm te propageren. Waarom deze nieuwe vorm beter zou zijn, wordt in theorietjes en manifesten uit de doeken gedaan.

Uit discussies op deze site heb ik herleid dat men zich verbaast over de prestatiegerichte tendens in de schone kunsten. Woorden worden niet aan zichzelf over gelaten, schilderijen moeten met een verklarende woordenlijst als paspertoe ingelijst worden en steeds vaker hoor je de vraag: “Wat is hier mooi aan?” In het modernisme en postmodernisme, waarin ontkenning van oude idealen de drijvende kracht achter vernieuwing was, moest steeds meer uitleg gegeven worden.

Uit onderzoek blijkt dat mensen over de hele wereld van gelijke kunstvormen houden. Een landschapje met bomen en bergen doet het in elke cultuur goed, alleen moeten de figurerende dieren soms zebra’s zijn en soms paarden. Moeilijke kunst, waarbij complexe ideeën uitgebeeld worden en het normale voorstellingsvermogen voorbij wordt gestreefd, zijn vaak een uitvloeisel van de geldingsdrang bij kunstenaars ( Pinker: De eindeloze campagne van postmoderne kunstenaars om de aandacht van een geblaseerd publiek te trekken, schreed voort van mystificaties tot regelrechte belediging en schoffering.). Als bepaalde technische problemen in de manier hoe iets uitgebeeld [of verwoord] wordt ten volle zijn opgelost, zegt de psycholoog Colin Martindale, richt de aandacht zich op de toegepaste stijl zelf. Is dat een reactie, omdat het steeds moeilijker wordt een plaatsje in de galerij der groten te verwerven. De vernieuwingsdrang is dan een oplossing om de groten niet te hoeven na-apen, want zeker in onze moderne tijd worden kopieën simpel en in veelvoud gemaakt.

Met vernieuwing is natuurlijk niets mis. Juist daardoor kunnen we ons onderdompelen in legio kunstvormen uit alle tijden. De vraag is alleen of de blijvende waarde van kunstwerken afhankelijk is van de discussies en polemieken die de kunstenaars en criticasters voeren en of de theorieën zorg dragen voor een goede ontvangst in het publieke domein.
Ik ben geneigd dit te ontkennen. Ik denk dat discussies en polemieken met name dienen om een plaatsje te bemachtigen tussen [de] kopstukken van de geldende tijdsgeest en dat de theorieën als legitimatie bedoeld zijn voor de [beoogde] vernieuwing.

In het dagelijks leven vind ik het kleinzielig en getuigen van menselijk tekort om met statussymbolen en vooruit gestoken borst een [hoge] positie voor te wenden, te verwerven of te accentueren. Ik probeer mij daar verre van te houden. Maar waar het om mijn schrijfsels gaat, die ik als vruchten van innerlijke ontwikkeling en pijn zie, vind ik dat moeilijk. Het liefst zie ik ze morgen terug op een podium, al is het maar op internet. Daarom is het mij niet vreemd om kabaal te schoppen, terwijl ik een [korte] tijd geleden nog vond dat woorden [kunstwerken] voor zich moeten spreken. Blijkbaar wint ongeduld en onzekerheid het van de waardigheid. Ongezouten kritiek leveren is eigenlijk de vooruitgestoken literaire borst van de schrijver, de megafoon van een ongehoord geluid.

Maar nu schiet de biologie te hulp. Kunstenaars [en schrijvers/dichters] van welk kaliber ook zijn mensen van vlees en bloed. Hoge moralistische inzichten en schone idealen mogen ze dan uitbeelden [en verwoorden], maar als ze elkaar vervolgens afmaken, blijkt hun menselijke aard.
Net als in het leven kan het lucratief zijn om nette kleding te dragen, met mes en vork te eten en een mooie auto te kopen. De kunsten, die uitblinken door nutteloos vertoon van schone en geïdealiseerde objecten, zijn een statussymbool in zichzelf. Om te laten zien hoeveel tijd en inspanning iemand kan spenderen om zich deze uitingsvormen eigen te maken, getuigt van een scherpe geest en een gezond gestel. Maar binnen de kunsten gelden hoge oplages en uitnodigingen voor lezingen als nette kleren en een mooie auto. En daarom jagen kunstenaars op naamsbekendheid en verzamelen ze eerbewijzen. De jager - verzamelaar cultuur is dus van alle tijden.

De denkfout die gemaakt wordt is dat kunstenaars de normen [en dus de smaak] zouden kunnen dicteren. Misschien werkt dat tijdelijk, vooral tijdens het korte bestaan van een mensenleven, maar jaren later, als het echte schone en het ware komt bovendrijven op de zeeën van de aardse millennia, blijkt welke kunstwerken het verval kunnen weerstaan.


(Dit stukje werd geïnspireerd door hoofdstuk 20 van Steven Pinker’s boek ‘Het onbeschreven blad’).

Schrijver: Willem Houtgraaf, 24 mei. 2005


Geplaatst in de categorie: kunst

1,9 met 7 stemmen 1.310



Er zijn 2 reacties op deze inzending:

Naam:Willem Houtgraaf
Datum:26 mei. 2005
Emailadres:whoutgraafhotmail.com
Bericht:Die nep-circuits en kunstluizen klinken ook interessant. Waar zijn die vandaan gehaald?
Variabiliteit als permanente bestaanskeuze van de kunstenaar is goed, als er sprake is van een opbouwend streven, geënt op waarheidsliefde. Volgens Goethe is waarheidsliefde de enige eis voor het genie.

Kijk voor dat onderzoek naar het onderstaande:
Vitaly Komar, Alexander Melamid & Wypijewski , 1997; Dutton in 1998
Dissanayaka, 1998
Zie ook blz 498 van hoofdstuk 20 over “de schone kunsten” in Pinker’s “Het onbeschreven blad”. Hoewel Arthur Danto meer een verklaring geeft in de trant van globalisering en massa productie. Maar overeenkomstige smaken zijn ook dan niet te ontkennen.

Dennis Dutton heft een lijst van zeven universele kenmerken benoemd voor het waarderen en het maken van kunst (Dutton 2001).
1. Deskundigheid of virtuositeit. Technische artistieke vaardigheden worden gecultiveerd, herkend en bewonderd.
2. Niet met praktisch nut verbonden welgevallen. Mensen genieten van kunst omwille van zichzelf en vragen niet van kunst dat die hen warm houdt of eten op tafel zet.
3. Stijl. Kunstvoorwerpen en artistieke manifestaties beantwoorden aan compositieregels die ze binnen een herkenbare stijl plaatsen.
4. Kritiek. Mensen vinden het belangrijk om kunstwerken te beoordelen, te waarderen en te interpreteren.
5. Imitatie. Met enkele uitzonderingen, zoals muziek en abstracte schilderkunst, bootsen kunstwerken ervaringen in de werkelijkheid na.
6. Een aparte eigen plaats en functie. Kunst staat buiten het dagelijkse leven en dient om ervaringen in gedramatiseerde vorm aan de orde te stellen.
7. Verbeelding. Kunstenaars en hun publiek creëren hypothetische werelden in het theater van de verbeelding.
Zie blz 493.

Naam:jos zuijderwijk
Datum:25 mei. 2005
Emailadres:zuyde038planet.nl
Bericht:Buitengewoon boeiend en goed geschreven. Je gaat tegen alle stromen in(aan de hand van Pinker?). Niet aan de orde komen: "The Medium is the Message" van Marshall, de vergankelijkheid als wezensbestanddeel van deze tijd(Andy Warhol); het traditionele bestaan van nep-circuits van kunstluizen; experimentele variabiliteit als permanente bestaanskeuze van de kunstenaar; is er nog toekomst voor hedendaagse literatuur op zich los van de andere kunst- en mediavormen?
Graag uw bron waaruit blijken zou dat er universaliteit in receptieve waardering van cultuurgoed zou bestaan.
Kortom ideaal stuk voor brede bespreking. Willem jij blijft zoeken naar eeuwigheidswaarden.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)