start toeval vragen forum links zoek contact gastenboek inhoud

Categorieën:

actualiteit (132)
adel (13)
afscheid (115)
algemeen (329)
bedankt (25)
biologie (13)
dieren (240)
discriminatie (38)
drank (48)
economie (23)
eenzaamheid (179)
emoties (167)
erotiek (68)
ex-liefde (64)
familie (108)
feest (41)
film (3)
filosofie (141)
fotografie (6)
geboorte (23)
geld (33)
geschiedenis (29)
geweld (46)
haiku (3)
heelal (39)
hobby (30)
humor (379)
huwelijk (40)
idool (42)
individu (60)
internet (29)
jaargetijden (53)
kerstmis (79)
kinderen (172)
koningshuis (21)
kunst (48)
landschap (15)
lichaam (38)
liefde (257)
literatuur (352)
maatschappij (151)
mannen (34)
milieu (12)
misdaad (119)
moederdag (11)
moraal (98)
muziek (40)
natuur (94)
oorlog (107)
ouderen (17)
ouders (36)
overig (128)
overlijden (77)
partner (55)
pesten (29)
planten (13)
politiek (50)
psychologie (107)
rampen (55)
reizen (132)
religie (143)
schilderkunst (20)
school (62)
sinterklaas (17)
sms (6)
songtekst (1)
spijt (26)
sport (80)
sterkte (2)
taal (42)
tijd (54)
toneel (10)
vaderdag (1)
vakantie (82)
valentijn (4)
verdriet (87)
verhuizen (13)
verjaardag (17)
verkeer (41)
voedsel (45)
vriendschap (83)
vrijheid (59)
vrouwen (87)
welzijn (53)
wereld (35)
werk (95)
wetenschap (18)
woede (60)
woonoord (87)
ziekte (150)

tabblad: verhalen

< vorige | alles | volgende >

verhaal (nr. 5063):

Wanhopig keek ik naar mijn hengel

Dicht bij mijn huisje is een meer. Een baggerschuit lag aan de kant en ik kreeg het idee daarop een stoeltje neer te zetten en te gaan vissen. Verstand van vissen is bij mij minimaal, dus geen dure werphengel, maar een gewone eenvoudige hengel en aan het haakje een stukje deeg. Een regenbui was net gepasseerd. De hemel was weer helder blauw met een paar bloemkoolachtige wolken. Ik keek op het bos aan de overkant van het meer. Prachtig gezicht die herfstkleuren van de bomen en het groen van de lage dennenbomen.

Midden op het meer zag ik een kleine boot, waarin een man met een lange baard met een werphengel zat te vissen. Een ander zal misschien jaloers zijn, ik een eenvoudige hengel en hij een dure werphengel. Afgunst ken ik niet, ik ben juist blij heel eenvoudig te zijn. Bij mij in de straat woont aan de overkant een man met een dikke Mercedes en precies tegenover zijn auto staat mijn Daf vol met deuken. Daar geniet ik van, die man moet veel meer betalen. Het interesseert mij geen fuck. Zo is mijn tuin een grote bende naast een prachtig onderhouden tuin van de alleenstaande buurvrouw. Minachtend kijkt ze naar me.

Er was al voor gewaarschuwd, er zouden meer buien vallen met onweer. En het gebeurde, grote donkere wolken pakten zich samen en het begon hard te regenen. De man in het bootje trok een tent over zich heen en zat lekker droog. Ik opende mijn paraplu en een harde windstoot vernielde het in flarden en werd ik drijfnat van de hoosbui. Plotseling vlak boven mij een korte straal door de hemel van de bliksem en meteen een knallende donderslag. Ik schrok mij kapot en dacht het is maar goed, dat ik mijn paraplu niet meer op had. De bliksem zou er in kunnen zijn geslagen en was ik niet meer iemand met knipperende ogen.

Spoedig was de bui voorbij en deed ik weer een stukje deeg aan het haakje en wierp de lijn met de dobber in het water. De zon deed haar warme stralen weer voelen en ik zag de damp van mijn jas afkomen. Een opkomende herfstdepri in mijn hoofd werd weer afgeslagen, want ik genoot weer van de prachtige herfstkleuren van het bos aan de overkant. Ik lette daar meer op dan op mijn dobber in het water. Waarom ben ik eigenlijk gaan vissen, ik vis nooit. Ik ben meer een wandelaar en kijk naar de koeien en paarden in de wei. In gedachten praat ik met ze.

Toen gebeurde het. Ik zag de dobber helemaal naar beneden gaan. Met moeite kon ik mijn hengel vasthouden en trok helemaal krom. De onervaren visser zat daar met een probleem. Ik vermoedde, dat er en zeer grote vis aan de haak vastzat. Wat moet ik in godsnaam doen. Meestal had ik een klein visje aan de haak. Die kon ik gemakkelijk met waardering voor het leven van het schepsel van het haakje los krijgen en terug gooien in het water, maar nu raakte ik toch in paniek. De grote vis bleef hard trekken en met geen mogelijkheid kon ik die vangen. Ik kneep hem zelfs. Ik dacht zal ik de man in het bootje roepen, lijkt mij een ervaren visser. Ik deed het en gelukkig keek hij naar mij.

Ik riep:
''Mijnheer, kunt u mij helpen. Mijn hengel staat helemaal krom, er moet iets heel zwaars aan haak zitten.''
''Ik kom naar je toe, ogenblikje.''
Even later roeide hij met zijn bootje naar mij toe en begroette mij vriendelijk. Hij keek naar mijn krom getrokken hengel en zei:
''Ik denk, dat je een karper aan de haak hebt. Ik vis hier al van vroeg in de ochtend met een werphengel en noppes, geen vis gevangen. Ik zal kijken wat ik doen kan. De man zag er sterk uit gezien zijn dikke bovenarmen. Langzaam begon hij de hengel omhoog te halen en ik keek gespannen toe. Het oppervlakte water werd steeds heftiger en ja hoor, daar kwam een karper vechtend boven water.
''Dat is een knoert'', zei hij. Met een duimstok ging hij de karper meten, ongeveer tachtig centimeter was ie.

Beiden waren we onder de indruk en hij feliciteerde mij en gelukkig zette hij de karper weer in het water. Ik bedankte hem natuurlijk zeer hartelijk, alleen had ik die grote vis nooit boven water gekregen. We praatten nog wat en hij trakteerde mij op een beetje cognac in een plastic beker. Ik genoot daarvan en voelde mij gelukkig. Ik nam afscheid van de helper en ging naar huis, waar ik gauw een warme douche nam en droge kleren aantrok en hoopte ik niet verkouden te worden door de natte kleding.

Schrijver: kees niesse, 06-11-2013


c.h.niesseatkpnplanet.nl



balBiografie van deze schrijver





Geplaatst in de categorie: overig


Terug naar zoekresultaten

Deze inzending is 114 keer bekeken

4/5 sterren met 2 stemmen.



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)