Het AI imperium
Karen Hao schreef Empire of AI. Het is in het Engels, dus mag ik het hier niet bespreken, maar ik doe het toch, want het is toch wel een belangrijk boek. Het vertelt het verhaal van OpenAI, het bedrijf van Sam Altman. Althans, nu is het van Sam Altman, maar het was van een groepje idealistische mensen die een computer wilden maken die kon denken als een mens. Enerzijds wilden ze dus iets maken dat grensverleggend was, maar omdat ze het gevaar ervan onderkenden, wilden ze het ook in de hand houden. Zo’n beetje alsof een groepje wetenschappers besluit de atoombom te maken, maar als ze die hebben, hem voor zichzelf te houden, omdat andere mensen niet te vertrouwen zijn.
Dat is één van de vele denkfouten die Kahneman beschrijft. Men denkt altijd zelf lid te zijn van een goede groep en anderen zijn dan automatisch de foute groep. Amerikanen zijn goed en Chinezen zijn fout, dat soort dingen. Dat daar oorlogen van komen, is voor velen onvoorstelbaar.
Waar het groepje idealisten niet op rekende was dat Sam Altman niet zo zuiver in hun leer was als de rest. Als een soort koekoek heeft hij zijn medeoprichters het nest uitgewerkt en nu is hij de grote man. Hij was niet de grote ontwikkelaar, maar de man die anderen bij elkaar zette en uiteindelijk eruit zette als hij ze niet meer nodig had.
Maar het boek laat meer zien. AI is een enorme energievreter. Het maakt de klimaatdoelen minder haalbaar. De idealisten pareerden deze beschuldiging met de verwachting dat AI zo slim was, dat hij vanzelf zulke goede oplossingen zou bedenken, dat stijgende energievraag werd omgezet in een dalende energievraag. Dream on, zou ik zeggen.
Het boek laat ook zien dat AI gebruik heeft gemaakt van onderaannemers die enorm zijn uitgebuit. Overal in de wereld moesten mensen de kwaliteit van de uitkomst van AI beïnvloeden door aan te geven wat wel en wat niet. Dat deze mensen ontiegelijk hard moesten werken, op de meest rare tijden beschikbaar moesten zijn, de verschrikkelijkste beelden te verwerken kregen, geen enkele psychologische hulp kregen en bijna niets verdienden, bleef verborgen voor de eerste enthousiaste gebruikers van AI. Mensen in Venezuela, Kenia en andere landen werden uitgeperst en als ergens een vakbond opstond om de mensen een beetje bescherming te bieden, werden de contacten met alle mensen die onder het bestaansminimum leefden verbroken. Wie zijn geld nog niet had gedownload, was het kwijt. Dat is ook AI.
En natuurlijk is AI, dat toont Karen Hao ook maar weer eens aan, simpel een enorme plagiaatmachine. Elke schrijver zou erop worden aangesproken, maar de gebruikers van AI trappen erin. Het is zelfs een enorm domme plagiaatmachine. Het kan heel goed plagiaat plegen. Het is op dat punt ontzettend indrukwekkend, maar het blijft wat het is. Een plagiaatmachine. Het kan niet denken als een mens.
Zo ver zijn ze niet gekomen. Ze zijn ver genoeg gekomen voor Sam Altman om miljarden te verdienen.

Geef je reactie op deze inzending: