Inloggen
voeg je verhaal toe

Verhalen

Claustro erotica

Het koningskind doet met zijn schelle stem de duizend hoeren van Gomorra uit hun waterige graf herrijzen. De lichamen lopen door de branding, het zand als een bezinksel van paars en looi onder hun melaatse voeten.
Het beeld is grofkorrelig zwart-wit, strak uitgesneden, de gezichten van de doodzieke vrouwen net boven het kader gelaten: een zwartgallige optocht van hoofdloze vleesmassa’s met doorweekte, gescheurde lompen als kleding, jute en kurkstof als zakken over hun verschrompelde huid.
Het ziekbruine en weerloosgroene zeewier hangt nog in hun lange haren op hun verderfelijke tocht naar Golgotha.

Jezus fronst zijn wenkbrauwen in de schaduw van een verblindende lethargieënstorm: zelf ligt hij op de grond, op het houtenkruis, en schittert hij door de eenvoud van een lauwe melange van oud stof en verpoederde nachtmerries.

Het bloed van Lazarus lacht hem toe; het kleeft nog aan zijn handen. Lazarus, lang verguisde handpalmdissident, schaduw van de eerstgeborene.
Hij is dood: grotgekneveld, tartaar filet, en rabarbergroen.

Luister: hamer, spijkers, gemarmerde handen.
Genadeloos telt de Romeinse soldaat zijn zegeningen en slaat toe. Met een triomfantelijke kreet zakken de spijkers door het gehavende vlees. Jezus steunt en kronkelt. De striemen op zijn rug springen op en brengen een aria grotesque ten gehore.
Onderwijl trekt de doornenkrans zich strakker om zijn hoofd als de benen van een porseleinen non met vleeshaken en doornvignetten in haar huid.

Uit de verbrandingsovens nabij de afrastering springen opeens de geblakerde beenderen van valse Lagerhunde tevoorschijn. De skeletten duiken met een hoog, dorstig gejank op de voeten af van het koningskind dat net met kruis en al de grond in is gezet.
De honden knagen, het kersenhout jankt, het vlees scheurt open tot op het bot.

Zwarte harten processie, bad van zuur en koningslimoenen.
De honden staren nog nahijgend naar de zon, huntongen uit hun muil, en huilen vals en onthemeld naar de verdronken sterren boven het spinrag van de substraat.

Een oostenwind daalt neer: het is het zesde uur, en Jezus weent.

En daarbij door Maria Magdalena aan de voet van het houten bouwwerk vastgehouden: een Samsung breedbeeldicoon waarop, in reliëfdruk, de binnenplaats getoond wordt van een weeshuis in Bogotá.
Een plein in de bloedhete namiddagzon, gevuld met lichamen van mismaakte, geestelijk verminkte kinderen. Blind, doof, mankgeslagen, totaal geschift, slaand met hun kleine hoofden op de stenen. Altijd huilend van dorst en slaapgebrek. Hun gedrogeerde moeders zijn niet langer gedrogeerd meer. Ze zijn ook niet langer hun moeders meer.
De drooggezogen vingers van de weeskinderen schrapen over de stenen, hun afgekloven nagels scheuren open aan het beton. Hun gebarsten lippen vormen een naam: die van het ontheemde koningskind.
(Ze zeggen: ‘Jezus…!’
zeggen ze…
‘Jezus!)

En Jezus geeft de mensen beneden hem zijn thalliumogen, een nikkelen huid, de vacht van een wit konijn met doorgesneden ogen en cocaïnebloed en misschien zelfs wel een lichte tandafdruk in de nek, een hart van bedorven suikergoed, een tube uitgeknepen loodwit in de bek.

Hij wil ze smeken als een handvol gebroken glas, hij wil ze omarmen als een kindermond vol zure melk. Maar het is God de vader die van zich laat horen met een diep donker keelgeschraap: donder weerklinkt, weerlicht klieft. En een schitterend licht valt uit de hemel op het kruis en op het lichaam van de gekruisigde.
Jezus begint te rillen.
Maria Magdalena richt het weeskindicoon tot de hemel maar haar armen zijn te zwak. Er verschijnt een barst in haar gezicht, en nog een, en nog een, en langzaam valt ze uit elkaar, als een handvol fijngeknepen aardewerk.

Maar de duizend hoeren van Gomorra zijn inmiddels op de hoogste heuvel van Golgotha aangekomen. Zij trekken hun scharlaken rokken omhoog en jagen een hoos van menstruatiebloed tegen het neerdalende licht.
Er ontstaat een reusachtige rode bloem aan de hemel, een meditatieve roos vol verdriet: zij pinkt een traan weg: en, zie, het regent.

Schrijver: Yorgos Dalman, 11 jun. 2006


Geplaatst in de categorie: religie

1,0 met 10 stemmen 993



Er is 1 reactie op deze inzending:

Naam:
y.d.
Datum:
12 jun. 2006
Dit verhaal is opgenomen in de bundel "De Vrouw in de Kamer", (c) 2004, uitgeverij Passage.

Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)