Druk
Sommige mensen misten mijn column. Ik ook, maar ik wist wel waarom.
Ik heb het druk. Nu denkt u, ach, zeurpiet, ik ook, maar ik doe mijn werk wel… Dat klopt vast, maar ik loop nu constant achter feiten aan. Het zijn leuke feiten, ik hou van mijn werk, maar het zijn wel verdraaid veel feiten. Normaal doe ik maximaal twee onderzoeken tegelijk en daarnaast nog wat vrijwilligerswerk en schrijf ik aan boeken.
Nu heb ik zes onderzoeken lopen. Onderzoeken hebben een piek in de interviewfase en een piek in de afrondingsfase. Drie van de zes zijn uitgelopen en zitten in de afrondingsfase en twee zitten in de piek van de interviewfase. De derde komt er overigens ook al aan.
Dat betekent dat ik nu voor het eerst in mijn leven door heb gewerkt met kerst en heel veel weekenden sinds kerst. Dus ik zit al twee maanden in de drukte. Dat gaat zijn tol eisen en in mijn geval heeft dat geleid tot het kwijt raken van een mapje met pasjes en dus heb ik momenteel geen rijbewijs, geen NS-kaart, geen bibliotheekkaart, geen pas van de zorgverzekering en geen bankpas. Met andere woorden: ik ben ook nog verstrikt in aanvraagfases en dus kom je Kafka tegen.
Zo was ik in het gemeentehuis om een nieuw rijbewijs op te vragen. Eerst in Haren waar ik allervriendelijkst werd geholpen, maar een hele week moest wachten voordat mijn casus behandeld zou worden. Thuis zag ik dat ik morgen ook terecht kon in de binnenstad van Groningen. Mevrouw Kafka had mij dat niet verteld.
En in de binnenstad werd ik opnieuw allervriendelijkst geholpen. Alleen: ik kon niet betalen want ik was immers ook mijn bankpas kwijt. Ik mocht het wel overmaken, maar dan kwam het bij een andere afdeling terecht en die behandelen het pas als het geld binnen is. Nu kon ik het ter plekke overmaken en aan de baliemedewerker laten zien, maar ja, zei hij schuldig, computer sais no.
Je snapt, ik kom eigenlijk nergens meer aan toe. Oh ja, nog wel aan het stallen van mijn fiets aan de achterkant van het station Groningen. Daar stond hij goed verlicht te wachten op mijn terugkeer, ware het niet dat ik mijn sleuteltje in het kettingslot had laten zitten. Dat ontdekte ik natuurlijk pas in Velp, dus tamelijk ongerust reisde ik terug naar Groningen, mezelf voorbereidend op een lange nachtwandeling naar huis. Mijn hoofd bleek druk, druk druk.
En toch, toen ik op de plek waar ik mijn fietssleuteltje had achtergelaten aankwam, bleek die daar op mij te wachten in het slot, bij mijn fiets. Ik kon blij naar huis fietsen. Zelfs fietsendieven zijn niet meer te vertrouwen.

Geef je reactie op deze inzending: