Inloggen
voeg je dagcolumn toe

Dagcolumns van verjaardag

"UIT DE MARKT GENOMEN"

Bij de apotheek sta je nooit echt te wachten, je staat er te oefenen in berusting. Dat weet iedereen die er wel eens langer dan drie minuten heeft gestaan. Het is een plek waar tijd verdampt, verantwoordelijkheid oplost en niemand ooit ergens echt over gaat.

Voor me staat een man die zichtbaar probeert te ademen. Dat doet hij op een manier die verraadt dat hij daar normaal gesproken niet over nadenkt, maar dat het vandaag een project is geworden. Eind vijftig, grauw jasje, mapje onder de arm. Het soort man dat altijd alles op orde heeft tot zijn longen ineens besluiten daar niet meer aan mee te werken. Hij praat gejaagd, iets te luid, alsof volume de zuurstof kan vervangen.

Het ziekenhuis had hem een nieuwe inhalator voorgeschreven. Dat ging allemaal keurig volgens protocol. Dinsdag zou hij ’m hebben. Vandaag is het vrijdag. Zijn huidige inhalator is leeg. Dat vermeldt hij meerdere keren, alsof hij bang is dat leegte een mening is.

De apothekersassistente kijkt hem aan met de vriendelijke leegte die hoort bij iemand die nergens schuld aan heeft en dat ook niet van plan is te krijgen. Jong, netjes, brilletje. Het soort rust dat alleen ontstaat als je weet dat het systeem altijd achter je staat, hoe krankzinnig dat systeem ook functioneert.

“Ja sorry,” zegt ze opgewekt, “maar deze inhalator is uit de markt genomen. Dus die kan ik niet leveren.”

Dat is zo’n zin die in andere situaties tot een stilteschreeuw zou leiden. De man knippert even.
“Waarom hoor ik dat dan nu pas?” vraagt hij.
“O, maar ik heb een mailtje gestuurd naar uw longarts,” zegt ze. “Die heeft nog niet gereageerd.”

Er valt een stilte waarin de man zijn ademhaling opnieuw probeert te organiseren.
“En dan belt u mij niet even?” vraagt hij. “Of het ziekenhuis?”
Ze kijkt hem aan alsof hij net heeft voorgesteld om samen een bank te overvallen.
“Ik kan nu wel even bellen,” zegt ze behulpzaam.

Ze belt. De longarts blijkt op vakantie. Dat wordt uitgesproken met een toon alsof het hier om goed nieuws gaat. Ze belt verder. De longverpleegkundige die hem begeleidt, blijkt deze week niet aanwezig. Ook dat klinkt definitief, bijna geruststellend.
“En nu?” vraagt de man. Hij zegt het zacht, bijna beleefd. Alsof hij niet wil opdringen met zijn ademnood.
De assistente glimlacht professioneel. Dit is duidelijk het punt waarop het systeem klaar is met hem.
“Dan moet u even afwachten,” zegt ze.

Afwachten. Dat is een prachtig woord, vooral als je geen lucht tekortkomt. Afwachten suggereert tijd, ruimte en longcapaciteit.
De man knikt. Niet omdat hij het ermee eens is, maar omdat knikken minder energie kost dan protesteren. Hij schuifelt opzij, zichtbaar leger dan toen hij binnenkwam.

Ik ben aan de beurt. Ik kom een zalfje halen. Dat ligt klaar.
Terwijl ik word geholpen, zie ik de man door de schuifdeuren verdwijnen. Zonder inhalator. Met een mapje. En met het geruststellende idee dat iedereen precies heeft gedaan wat binnen zijn functieomschrijving viel.
Dat is misschien wel de grootste luxe van ons zorgsysteem: niemand heeft iets fout gedaan, behalve de patiënt.

Schrijver: Kees, 14 juni 2026

5.0 met 2 stemmen aantal keer bekeken 29

Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je e-mailadres voor anderen in beeld verschijnt)