Inloggen
voeg je dagcolumn toe

Dagcolumn

Lintjeshoosbui

Op het Groninger terras zitten jongeren tussen glazen schotten in groepjes van twee uit hetzelfde huishouden bier te drinken. Nou ja, uit hetzelfde huishouden. Dat moet je maar geloven. En of het er altijd twee zijn, zolang ze zitten wel. Maar daarna?

In de twee Groningse ziekenhuizen liggen de IC-afdelingen vol en puzzelen ze voor elke nieuwkomer hoe ze er nog een bed bij kunnen krijgen of liever nog, in welk ander ziekenhuis een bed vrij is. Daar staat tegenover dat andere ziekenhuizen bellen met de vraag of zij een bed vrij hebben.

De jongeren hebben hoge nood. Ze hebben een jaar lang thuis zitten studeren en vereenzaamden in kleine studentenkamertjes. Voor hen is de vrijheid bittere noodzaak. Toch?

En de uitbaters hebben eindelijk weer wat omzet. Zij hebben een jaar lang wekelijks zitten kijken naar het gestuntel van Hugo de Jonge en zijn vrouw, Grapperhaus en diens huwelijk, en ze zijn het zat steeds meer te moeten lenen en hun angst dat ze het nooit, nooit meer kunnen terugbetalen. Voor hen is het open terras een noodzakelijke verlichting. Toch?

Of nee. Eén uitbater houdt halsstarrig zijn terras dicht. Hij kan niet open. Hij denkt aan zijn zus die op de IC van het UMCG, vijfhonderd meter van zijn terras vandaan, in veel te warme pakken op haar tandvlees loopt om de volgende patiënt te verzorgen. Ze heeft een jaar lang nauwelijks een dag vrij gehad en vakantie al helemaal niet. Voor haar is een middagje op een terras ook bittere noodzaak, meer dan bittere noodzaak, maar ze zou niet weten waar ze de tijd vandaan moet halen. Als ze vrij is, moet ze boodschappen doen, koken en slapen. Aan veel meer komt ze niet toe.

Af toe vertellen aan haar broer hoe het met haar gaat. Dat lukt net. Maar dat is het.

Het is daarom dat ik vind dat bij de lintjesregen die ene uitbater een lintje volgend jaar verdient. Tegen de economische logica in, opent hij zijn terras niet. Het is de liefde voor zijn zus en de solidariteit aan al die andere mensen die op IC’s werken, dat hij zijn eigenbelang even opzij zet. En dat verdient meer een lintje dan de vele mannelijke hotemetoten die voorzitter van een vereniging zijn geweest.

En al die dames, heren en vooral dames die het hele coronajaar op de IC werken en gewerkt hebben, maar het niet volhielden; ook zij verdienen een lintje in de orde van een of andere leeuw. Zij hebben veel Nederlanders door de ellende gesleept en zij waren het vangnet voor die mensen die pech hadden of onvoorzichtig waren en pech hadden dat de ziekte hen het ademen benam. Dus die dames en heren en vooral dames moeten volgend jaar een lintje. En dat lintje mag niet op de borst prijken van een hotemetoot die hen vertegenwoordigt, nee, iedereen heeft er eentje op de eigen borst verdiend.

Zo zit dat. Dit keer mag er best een keer een lintjeshoosbui komen.

Schrijver: Jan R. Lønsing, 6 mei. 2021


Geplaatst in de categorie: actualiteit

4,0 met 2 stemmen 45



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)