Inloggen
voeg je dagcolumn toe

Dagcolumn

En de konijnen schoten terug

Ooit was je een dienstplichtig soldaat en reed je mee op het grootste leger dat je je kon voorstellen. Het was een oefening, werd je gezegd en je vond het prachtig. Je voelde aan alles dat je onderdeel was van het grootse leger dat deze regio domineerde.

Je zou gaan oefenen in Belorussia. Dat was nog een bonus, want hoe vaak kwam je eigenlijk in het buitenland? Nooit toch? Ooit stond jouw tent naast duizenden andere tenten in het grootste kamp dat je ooit had gezien. Er werd gelachen. Er werd gedanst. Er werden wapens schoon gemaakt.

En toen veranderde ooit in het gisteren. Voor de oefening ging je op een vrachtwagen zitten en je kreeg scherpe munitie. En opnieuw reed je langs een grens en dit was een andere grens, want daarachter waren dingen kapot geschoten. Je ging oorlog voeren. Echt oorlog. Maar wat kon je gebeuren in een onoverwinnelijk eindeloos leger. Voor en achter kanonnen. Boven helikopters en straaljagers, voor en achter tanks en vrachtwagens. Je reed gisteren door de bossen van Oekraïne binnen.

En daar werd gisteren vandaag. De Oekraïners schoten vanuit konijnenholen terug. Je moest van de vrachtwagen af als er drones overvlogen – waar waren onze straaljagers? En als er niets overvloog stond je te wachten en in de bossen te staren of daar niet iets bewoog. Er werd, vertelde men, wist men, uit die bossen geschoten.

Het eten raakte op. En de benzine raakte op. Het was koud. En verkleumd reed je een dorp in en dat mocht je bewaken. Een dorp vol konijnen. Er was geen leger, maar er stonden wel kapotte tanks in de straten en dat waren tanks die ooit prachtig waren geweest en gisteren het dorp in waren gereden en vandaag verbrand, verkoold en verroest waren. Je moest in kisten leggen. En niets leek meer op ooit en niets leek meer op gisteren en vandaag was alles vuil en koud en smerig en de dorpeling die je van het fascisme had bevrijd, zij keken woest uit hun gebogen hoofden.

En daarom schoten je kameraden van dorpelingen zomaar dood. Je keek er naar. Wat kon het je schelen. Misschien moest je wel lachen. Of grijnzen. Kameraden doorzochten huizen op zoek naar eten en vrouwen. Bevredigd kwamen ze terug met worst, wat kon het je schelen. Je at de worst. Soms waren er drones. Soms hoorde je kanonnen en soms reden er nieuwe vrachtwagens met eten en munitie door de straten op weg naar het zuiden. Soms vlogen er weer helikopters over, maar soms vlogen er ook drones over en die schoten dan op die vrachtwagens en op jou.

Dus toen schoot jij, zomaar, uit machteloze woede, een fietser dood. Wat deed zo’n fietser dan ook op straat? En het voelde machtig. Je had eindelijk iets terug gedaan. De fietser bleef gewoon liggen. Het was een waarschuwing voor de anderen, legde de sergeant uit en jij dacht, het is een waarschuwing voor de anderen. Het was wraak op die Oekraïners die zich niet laten bevrijden van het fascisme. Op de konijnen die terug schoten vanuit de bossen.

En je zag vrachtwagens met gewonden en doden terug gaan naar Belorussia. En je keek naar die fietser. Het is een waarschuwing voor jezelf, hield je jezelf voor. En toen kwam de dag dat je weer terug moest.

Ergens in de wereld vergaderen ze over de vraag of jij een oorlogsmisdadiger bent. Die vraag, dat is een vraag voor de toekomst. Nu wil je alleen maar naar huis en terwijl je dat denkt, weet je dat je ergens anders heen moet. Je weet niet waarheen. En je weet niet waarom. En die fascisten in Oekraïne, dat weet je ondertussen wel, dat zijn je kameraden die met je meereden, gisteren. Wat Putin zegt, ben je zelf.

Schrijver: Jan R. Lønsing, 7 april 2022


Geplaatst in de categorie: actualiteit

4.2 met 4 stemmen 80



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)