Inloggen

tabblad: dagcolumn

< vorige | alles | volgende >

dagcolumn (nr. 3518):

Bekakte spionne te Laren

Mijn zoon had een gereedschapskist van zolder gehaald en zei: ‘er liggen twee stapels van je boeken bij het trapgat, had je er plannen mee?’. Helemaal vergeten dat ik ze zeker een jaar geleden ‘even’ had geparkeerd.
Ik: ‘wees zo vriendelijk om ze op m’n bureau te leggen’. Zodoende werd ik de afgelopen dagen in beslag genomen door de maniakale aandacht van de oud-redacteur van Vrij Nederland, Igor Cornelissen, voor randfiguren. Zoals kunstcritica Mathilde Visser dat was.

Maniakaal, omdat het boek over Mathilde Visser aan Cornelissen, onderzoeksjournalist-pur-sang, de mogelijkheid bood om een levensbeschrijving-vol-avontuur te staven met zijn wetenschappelijke accuratesse: ‘onontgonnen gebieden, die andere biografen niet wensen te betreden, daar neus ik graag in; ik heb een bijzondere voorliefde voor tragische figuren’. Een mooi voorbeeld is zijn werk over de controversiële niet-onbemiddelde kunsthistorica die vanwege haar halsstarrige communistische sympathieën door onze Leidschendamse veiligheidsdienst van sovjetspionnage werd verdacht.

De titel van het boek vind ik zwak: de alliteratie van ‘Tussen Lenin en Lucebert’ zal het publiek niet meer aanspreken. De schrijver had zelf een voorkeur voor ‘Goudvink zonder partijboekje’ omdat met een ornithologische goudvink een rijke bourgeoisdame wordt bedoeld die zich in kringen beweegt die je niet zou verwachten. Mevrouw Visser sprak bekakt, droeg boa’s en bontmantels, bewoonde een villa in Laren, reed in sportwagens en dineerde alleen in chique restaurants.

Ze doneerde haar hele leven (1900-1985) aanzienlijke bedragen aan de Communistische Partij van Nederland, maar er waren grenzen. Hoe aanzienlijk? Cornelissen: ‘in vergelijking met een arbeider die een knaak afstond, waren haar giften van vijfduizend gulden heel gewoon’.

Met dit onderwerp kón rasschrijver Igor Cornelissen het niet verprutsen. Het is derhalve een aangenaam boek, maar men mag zich niet laten misleiden door zijn vlotte pen. Dertig bladzijden met voetnoten zijn een aanwijzing dat het buitenbeentje uit Zwolle zich uitputtend documenteerde. Ook de lijst met geraadpleegde literatuur en het personenregister zijn indrukwekkend en interessant voor specialisten.

Het aantal lezers dat nog kennis over Paul de Groot, Marcus Bakker, Ger Harmsen, Jacques de Kadt, Wim Klinkenberg, Willem Sandberg, Harry Verweij of professor Wim Wertheim paraat heeft, neemt zienderogen af.

Illustratie: Lenin
Schrijver: Ton Mantoua
12 sep. 2020


Geplaatst in de categorie: literatuur

4,0 met 3 stemmen 41



Er zijn nog geen reacties op deze inzending.


Geef je reactie op deze inzending:

( vink aan als je niet wilt dat je emailadres voor anderen in beeld verschijnt)